Hulpdiensten migreren naar vernieuwd C2000

De migratie van het huidige naar het nieuwe communicatienetwerk C2000 is vannacht succesvol verlopen. Dit meldt het ministerie van Justitie en Veiligheid dat de operatie heeft gecoördineerd. Het netwerk is vernieuwd om een goede mobiele communicatie tussen noodhulpdiensten te kunnen blijven faciliteren en hun veiligheid te garanderen.

De migratie heeft plaatsgevonden in de nacht van 27 op 28 januari en in die periode is het huidige spraaknetwerk van C2000 enkele uren op stand-by gezet. Tegelijkertijd is het vernieuwde netwerk ingeschakeld. Hierdoor hadden porto- en mobilofoons conform planning gedurende enkele uren geen bereik. Noodhulpdiensten hebben daarom via alternatieve procedures en communicatiemiddelen, zoals de mobiele telefoon, hun werk gedaan. Zo kon het werk van de hulpverleners door gaan en merkten inwoners niets van de migratie. Ook bleef het alarmnummer 112 gewoon bereikbaar. Direct na de migratie was er weer landelijke dekking, nu op vernieuwde C2000-communicatienetwerk.

Migratie

De migratie is de afgelopen maanden onder regie van het ministerie van Justitie en Veiligheid zorgvuldig voorbereid door de politie, de ambulancezorg, brandweer en gebruikers van het ministerie van Defensie. Dagelijks communiceren ruim 80.000 hulpverleners 7 dagen per week, 24 uur per dag via C2000 met de meldkamer en met elkaar. Zij gebruiken het gesloten systeem tijdens het dagelijks werk, maar ook bij grote incidenten en rampen.

Intensieve monitoring

Ook in de nieuwe situatie blijven hulpverleners gebruik maken van hun bestaande portofoons en mobilofoons. Het nieuwe netwerk is net als het oude netwerk gebaseerd op de internationale standaard TETRA. Zoals bij elk nieuw systeem is het in de eerste periode wennen voor gebruikers en beheerders, schrijft het ministerie van Justitie in het persbericht. De komende periode wordt het functioneren van vernieuwde spraaknetwerk daarom intensief gemonitord. En wordt extra ondersteuning geboden om eventuele aanloopproblemen te verhelpen.

Bron: ministerie van Justitie en Veiligheid