OneCentral: Redundantie en betere service aan partners

ONECENTRAL VERNIEUWT EIGEN INFRASTRUCTUUR, HOSTINGPLATFORM EN DATACENTERS

OneCentral heeft zijn eigen netwerk, hostingplatform en datacenters rigoureus vernieuwd. Hiermee is de dienstverlening nu klaar voor de toekomst. “De infrastructuur is eenvoudiger, kosteneffectiever en honderd procent redundant. Dit is een forse verbetering van onze dienstverlening aan klanten en partners”, zegt Jan-Willem van der Meij.

 

Medio 2018 startten technical manager Jan-Willem van der Meij en system specialist Theo Belder met het migratieplan van oude infrastructuur en het implementeren van nieuwe architectuur, apparatuur en verbindingen in de datacenters van oneCentral. Ze hadden gekozen voor het afstoten van één van de drie datacenters en het koppelen van de twee andere locaties in een redundante ring met eigen fysieke infrastructuur. De operatie heeft achter de schermen bijna een jaar geduurd maar deze zomer werd het project succesvol afgerond. Alle klanten en systemen waren gemigreerd naar een nieuw netwerk en het opgewaardeerde hostingplatform in de twee redundante datacenters. Alles werkte zoals vooraf beoogd.

Eenvoudiger beheer, lagere operationele kosten, meer
tijd voor partners

De Haarlemse telecomprovider koos voor Relined als partner en heeft daar volgens Theo Belder geen spijt van gehad. “Voorheen waren onze twee datacenters in Amsterdam aan elkaar gekoppeld en hadden we een verbinding naar ons derde datacenter via een Layer 2-koppeling op de infrastructuur van derden. Nu hebben we de architectuur opgebouwd met een redundante Layer 1-glasvezelring van Relined en hebben dus volledige controle over de bandbreedte op het fiber. We beschikken nu over een doorvoersnelheden tot 100Gbps en de datacenters zijn netwerktechnisch redundant van elkaar”, aldus Belder. “In de twee verbindingen, die een ring vormen, kunnen we ook veel sneller zien of en waar er mogelijk een storing zit. We zijn daarbij niet meer van een derde partij afhankelijk want we monitoren alle verbindingen zelf.”

Doelstellingen

Jan-Willem van der Meij

Belangrijke doelstellingen van de migratie waren volgens Van der Meij vooral groei, schaalbaarheid en redundantie. Deze doelen zijn cruciaal voor een optimale dienstverlening aan klanten. “We liepen tegen onze grenzen aan en we hadden behoefte aan eenvoudiger
beheer zodat we meer tijd hebben om partners beter te bedienen”, legt hij uit. Van der Meij is al vijf jaar bij oneCentral, is als technisch manager verantwoordelijk voor de virtualisatielaag van oneCentral en is betrokken bij het beheer van technische infrastructuur. “Ons netwerk was in de afgelopen jaren organisch gegroeid en dus liepen we inmiddels aan tegen de maximale capaciteit, poorten en bandbreedte. We konden simpelweg niet uitbreiden. Dus moesten we dat in één keer oppakken. Het is dan beter om met een schone lei te beginnen want als je het niet meteen goed aanpakt, krijg je het niet zoals je het wilt hebben. Nu is het beheer gewoon veel simpeler.”

Een belangrijk resultaat van de operatie is dat de experts binnen oneCentral nu veel minder tijd kwijt zijn met het beheer van het netwerk. “Die tijd kunnen we nu besteden aan partners”, zegt Van der Meij. “We kunnen hen beter helpen met productontwikkeling en dat is eigenlijk veel waardevoller werk. Bovendien zijn het netwerk en de datacenters nu nog minder storingsgevoelig en is het netwerk schaalbaar. Diensten en features uitbreiden is makkelijker en heeft geen invloed op de architectuur. Hiermee zijn we in staat wijzigingen sneller uit te voeren en hoeven we steeds niet na te denken over de impact van klantwensen op het netwerk.”

Theo Belder

Zijn collega Theo Belder is ook een oudgediende binnen oneCentral. Hij werkt aan de back end- en netwerksystemen en is verantwoordelijk voor het netwerk in de datacenters van oneCentral. Samen hebben ze het migratieproject uitgedacht en gezorgd voor de implementatie in de eigen data centers en bij klanten. Belder benoemt dat het virtuele datacenterplatform nu honderd procent redundant is. Het zijn twee datacenters die stand alone draaien maar redundant van elkaar zijn. “Voor partners willen we de dienstverlening compleet redundant opzetten”, legt Belder uit. “Als we applicaties voor ze uitrollen, kan nu één van de twee datacenters compleet uitvallen en dan draaien alle applicaties gewoon door in het andere datacenter. Zo kunnen we een nog betere uptime voor klanten garanderen. Als aanbieder wil je zo minimale downtime hebben, zeker voor voicediensten. We werken toch in een 24/7 maatschappij.”

Toekomst

De architectuur van het nieuwe netwerk van oneCentral staat volgens Van der Meij en Belder wel redelijk vast voor de komende jaren. Op het hostingplatform voorzien ze in de toekomst een nog betere integratie met het netwerkplatform en de groei van de capaciteit als die benodigd is. En internationale groei is een optie. “Nu we ons netwerk voor elkaar hebben, kunnen we makkelijker aansluiten bij dienstverleners in België of Duitsland. We kunnen het netwerk snel en makkelijk uitbreiden en extra datacenters aansluiten. Ook buiten Nederland. Daar hebben we rekening mee gehouden”, zegt Belder. “Verder hebben we gekeken naar de ontwikkeling van nieuwe diensten waar klanten en partners in de toekomst mogelijk behoefte aan hebben. Denk aan Skype for Business en breedbandige videodiensten. Als we zouden willen, kunnen we die nu moeiteloos toevoegen aan ons dienstenpalet. Dat is een groot voordeel.” “Eenvoudiger beheer, lagere operationele kosten, meer tijd voor partners. Daar ging het ons om”, resumeert Van der Meij. “Plus veel meer bandbreedte voor nieuwe diensten die we ook nog eens makkelijker kunnen schalen. Onze infrastructuur is klaar voor de toekomst.”

[Dit artikel is eerder gepubliceerd in ChannelConnect magazine 7-2019]

Lees het artikel hier in PDF