’11 procent omzetgroei in 2030 door kunstmatige intelligentie’

Industriële bedrijven verwachten een forse groei dankzij kunstmatige intelligentie (AI), vooral door meer efficiëntie, flexibiliteit en differentiatie. Dit blijkt uit onderzoek onder 858 professionals en executives uit de industriële sector. Het werd uitgevoerd door Hewlett Packard Enterprise (HPE) en Industry of Things World, de grootste industriële IoT-conferentie van Europa.

Het onderzoek toont aan dat bedrijven veel verwachten van hybride architecturen, waarbij de AI-infrastructuur wordt verdeeld over de ‘industrial edge’, datacenters en de cloud. Hierdoor zijn realtime beslissingen aan de ‘edge’ (rand van het netwerk), datacorrelatie en deep learning mogelijk op verschillende locaties. De onderzoeksresultaten suggereren dat hybride AI-architecturen de komende jaren norm zullen worden. Verwacht wordt dat in 2030 55 procent van de implementaties gebruikmaakt van datacenters en/of cloud, terwijl het in 52 procent van de gevallen via ‘de edge’ zal gaan.

Gemiddeld verwachten respondenten in 2030 een omzetstijging van 11,6 procent als gevolg van AI-adoptie. Daarnaast zien ze een potentiële margestijging van 10,4 procent. Respondenten verwachten mogelijke voordelen van AI in vrijwel alle onderdelen in de industriële waardeketen. Ze zien ook mogelijkheden voor differentiatie van bedrijfsproducten en -diensten. Dit wordt aangewakkerd door het hoge slagingspercentage van voltooide AI-projecten: 95 procent van de respondenten met geïmplementeerde AI-projecten zegt hun doelen te hebben behaald of zelfs overtroffen.

De meerderheid van de respondenten (61 procent) stelt bezig te zijn met AI, waarbij 11 procent de technologie zelfs volledig heeft geïmplementeerd in kernfuncties of activiteiten binnen het bedrijf. Bij 14 procent staat dit op de agenda voor de komende twaalf maanden en ruim een derde (36 procent) is bezig met de evaluatie van implementaties.

Deelnemers van het onderzoek denken de komende 12 maanden gemiddeld 0,48 procent van hun omzet te investeren in AI. Een aanzienlijk bedrag: in totaal spenderen bedrijven in de maakindustrie immers gemiddeld 1,95 procent aan IT-uitgaven. In lijn met deze verwachting ziet twee derde van de respondenten AI niet als ‘job killer’: zij verwachten dat de door AI overbodig gemaakte banen volledig worden gecompenseerd door nieuwe banen die dankzij AI worden gecreëerd.

Kerndoelen van AI-implementaties zijn onder andere efficiëntieverhoging in operations, onderhoud en waardeketens (57 procent), verbeteren van de klantervaring (45 procent), verbeteren van producten en diensten door nieuwe functies toe te voegen (41 procent), snel en automatisch aanpassen aan veranderende omstandigheden (37 procent), creëren van nieuwe bedrijfsmodellen (34 procent) en het beter afstemmen van vraag en aanbod met verbeterde prognoses en planningen (32 procent).

Als grootste uitdaging voor het implementeren van AI-toepassingen noemde bijna de helft (47 procent) van de respondenten het gebrek aan datakwantiteit en -kwaliteit voor toepassing in AI-modellen. Een derde (34 procent) stelt dat een gebrek aan data governance of een enterprise data-architectuur een belemmering kan vormen. Een andere veelgenoemde uitdaging voor bredere AI-adoptie is het gebrek aan AI of analytische skills en kennis (42 procent).