Schneider Electric: Data zijn de basis én de katalysator voor ontwikkeling van slimme ICT

Bas Born, Vice-president IT Division bij Schneider Electric

Het datavolume groeit wereldwijd door (industrial) IoT, en in het spoor daarvan komt er een hausse aan datagenererende en datavragende applicaties op ons af die tot (nieuwe) informatie moeten leiden en het mogelijk maken om bestaande applicaties breder en beter te benutten. Slimme technologie draagt op haar beurt weer bij aan datagroei.

 

Aan het woord is Bas Born, vice-president IT Division bij energiemanagementspecialist Schneider Electric. “Industriële data wordt tegenwoordig steeds vaker aan de edge verwerkt, dat is sneller, goedkoper en veiliger omdat de data ‘in huis’ blijft. Het gaat immers vaak om interne bedrijfs- of kwaliteitsprocessen en die data wil je niet zomaar overal neerleggen. Denk aan voedselveiligheid in de food- en beverage-sector of productiegegevens in de farmaceutische industrie. On-premise verwerking geniet daar absoluut de voorkeur. Zo ook op andere terreinen op het gebied van analytics en toepassingen in lifesciences of medische apparatuur. Maar ook in de proces- en maakindustrie kan nog flink worden geoptimaliseerd door alles connected en smart te maken, en de data uit de procesverwerking te (her)gebruiken voor het ontwikkelen van slimmere toepassingen en nieuwe apps. Het draait allemaal om data en nog meer data en dat leidt tot een toe- nemende behoefte aan energie, IT werkt nu eenmaal niet zonder.”

Uitdagingen

Born: “Vanuit Schneider zien we uitdagingen op het gebied van beschikbaarheid van energie in concentratiegebieden zoals de regio Amsterdam, waar de vraag naar energie vanuit de datacenterwereld inmiddels aan zijn max zit. Vraagstukken rondom het opnieuw inzetten van energie en energieopslag zijn voor een bedrijf als het onze heel relevant. We zetten dan ook een aanzienlijk deel aan R&D-capaciteit in op het gebied van vraagstukken rondom de energietransitie.”

Minder energieverbruik

“Alle grote (IT) vendoren zetten in op verlaging van het energieverbruik van hun apparatuur, deels met behulp van (virtualisatie)software, maar ook zaken als warmtereductie en slimmere koeling”, vervolgt Born. “Koeling is tenslotte de grootste energieslurper in het datacenter, dus het is logisch dat wij onderzoek doen naar alternatieve vormen van koeling, bijvoorbeeld door slimmer gebruik te maken van (gedeeltelijke) ‘free cooling’.”

Schneider houdt zich niet bezig met energieopwekking, het bedrijf is expert op het gebied van betrouwbare energiedistributie. “Maar ook in dat vakgebied zie je een hausse aan nieuwe, slimme technologieën”, vervolgt Born. “Zo hebben we softwaretooling ontwikkeld onder de vlag van EcoStruxure waarbij we onze eigen technologie met software slim(mer), meetbaar en manageable maken en deze met gebruikmaking van apps en analytics kunnen verbeteren en optimaliseren, zowel voor onszelf als onze klanten, of het nu gaat om gebouwen, datacenters, fabrieken of energiedistributie in de grid. Het belangrijkste daarbij zijn optimalisatie en kostenbeheersing.”

Datacenterland

Born: “Nederland is – dankzij de gunstige geografische ligging en de Amsterdam Internet Exchange als internationaal internetknooppunt – uitgegroeid tot een gigantisch datacenterland, en ondanks dat er in het buitenland ook flink wordt gebouwd staan we volgens een recent onderzoek in Europa na London op de tweede plaats. Om concurrerend te blijven zijn wel continue innovaties op het gebied van nieuwe diensten, maar ook de technische infrastructuur op het gebied van betrouwbaarheid, schaalbaarheid en CO2-footprint noodzakelijk. Daar leveren wij graag een bijdrage aan.”

OT en IT komen bij elkaar

“Het toenemend belang van data en analytics in bedrijfsprocessen leidt ook tot een verschuiving in de rol van de verschillende spelers in de channel”, meent Born. “Waar IT vroeger synoniem was voor kantoorautomatisering heeft het inmiddels zijn impact op vrijwel alle facetten van de maatschappij: de digitale transformatie. De IT-dienstverlener staat daar middenin. Maar daarnaast is er de maakindustrie, die traditioneel gebruikmaakte van allerlei vormen van Operating Technologie, ofwel OT. Die raakt verweven met IT en ook OT krijgt te maken met IoT, smart en connected en dat gaat verder dan pure procesautomatisering. Die synergie leidt ertoe dat nieuwe én bestaande IT-partijen kunnen profiteren van een grotere adresseerbare markt. Maar de rol van system integrators verandert ook, de toenemende complexiteit van de vraagstukken dwingt tot samenwerking van diverse expert-partijen, en maakt hen tot de regisseur die alle puzzelstukken op hun plaats moet laten vallen. Dat vraagt om interdisciplinair denken en handelen. De vroegere scheiding tussen IT, facilitair en OT vervaagt, alles is interconnected.”

Big data vs. fast data

Om te bepalen hoe de aanzwellende datastroom het meest (kosten)efficiënt kan worden gekanaliseerd maakt men tegenwoordig steeds vaker het onderscheid tussen ‘big data’ en ‘fast data’, met elk hun specifieke eisen op het gebied van opslag en beschikbaarheid.

Born: “Je ziet dat er steeds meer en andere toepassingen binnen het datacenter zijn. Veel kantoorautomatisering is verhuisd naar een colocatie-aanbieder. On-premise is de infrastructuur door het gebruik van PaaS, IaaS, SaaS en dergelijke de afgelopen jaren enorm veranderd, daar worden geen enorme serverruimtes meer gebouwd, maar wordt de capaciteit verdeeld over meerdere lokale ruimtes in verband met de gewenste connectiviteit voor de verbindingen naar het grote datacenter bij de colocator. De diverse edge-toepassingen hebben ook hun weerslag op de inrichting; de belasting (voor energievoorziening, koeling et cetera) wordt anders. Denk ook aan ontwikkelingen als hyperconverged IT-oplossingen en ‘allesin-één’ micro-DC-toepassingen, de omgeving verandert vrijwel continu. Daarbij kun je ook denken aan de bijzondere veiligheidseisen die moeten worden meegenomen in bijvoorbeeld de zuivel- of voedingsmiddelenbranche waar data rondom kwaliteit en kwaliteitscontroles – gevoelige onderdelen van het bedrijfsproces – tot de assets van het bedrijf behoren. Het is onze rol om de gebruikers van de infrastructuur onder al die verschillende digitale technologieën van continue, milieuvriendelijke én kostenefficiënte energie, inclusief slimme monitoring tools, te voorzien.”

Klantcase Green Mountain datacenter

Met koud fjordwater een datacenter koelen dat diep in een berg ligt, is een gedurfd idee. Maar met behulp van Schneider EcoStruxure IT innoveerde Green Mountain de koeling van het datacenter met behoud van de belangrijke uptime voor klanten. Het resultaat is een van de meest duurzame datacenters ter wereld. Met de groeiende stroom data die door zowel particulieren als bedrijven wordt gegenereerd staan datacentra voor de uitdaging om veilige en betrouwbare diensten te leveren. Maar dat betekent ook een toenemende milieubelasting: het energieverbruik in datacentra draagt twee procent bij aan de globale CO2-uitstoot.

Green Mountain dat een colocatiefaciliteit beheert die is gebouwd in een voormalige, diep in een berg gelegen NAVO-bunker, heeft de rollen omgedraaid en de krachten van de natuur gebruikt om een van de meest betrouwbare en groene datacentra ter wereld te worden.

Green Mountain benaderde aan- nemers en leveranciers die de meest energie-efficiënte en betrouwbare oplossingen in de markt konden bieden. Eén van die partijen is Schneider Electric, dat alle aspecten van de datacenterinfrastructuur van het enorme project heeft gedaan, zoals het ontwerp van een koelsysteem dat met behulp van zwaartekracht koud water van de naastgelegen fjord vervoert naar het koelstation van het datacenter. Zo wordt Green Mountain nu aangedreven door honderd procent hernieuwbare waterkracht en biedt daarmee de kritische uptime die klanten nodig hebben.

 

[Dit artikel is eerder gepubliceerd in het Datacenter & Cloud Dossier 2018 van ChannelConnect]

Lees het artikel hier in PDF