De basisprincipes van IoT

Internet of Things begint zijn status als slagzin te ontgroeien en voor steeds meer organisaties is het een belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering aan het worden. Maar omdat het nog steeds een vrij nieuw concept is, weten veel bedrijven niet goed waar ze moeten beginnen, of zelfs waar de kop en staart van een IoT-project zit. Tijd voor wat verheldering, en dus geeft IoT-specialist Wyless advies.

IoT is hard aan het groeien. Volgens een rapport uit 2015 van analistenbureau Gartner zal het aantal apparaten toenemen van 3.9 miljoen in 2014 tot 25 miljoen in 2020. Dat komt neer op een jaarlijkse groei van 35 procent. Het hangt natuurlijk wel sterk van de branche af in hoeverre IoT zich heeft ontwikkeld, maar gezegd kan worden dat de gezondheidszorg en openbare instanties op dit punt voorop blijven lopen. “Maar een flink deel van de groei valt juist te verwachten in branches die geen traditioneel IoT-terrein zijn, zoals retail”, verwacht Gilli Coston, Vice President of Marketing EMEA van IoT-specialist Wyless. “Juist door IoT zullen onze oude gewoontes voorgoed veranderen.” Dat oplossingen voor slimme steden afhankelijk zijn van IoT was al bekend, maar een mooi voorbeeld binnen retail is het voorraadbeheer dat geautomatiseerd kan worden.

De voordelen
“IoT kan op tal van manieren worden toegepast om de bedrijfsvoering te verbeteren”, zegt Coston. “Om te beginnen kun je er bestaande producten door verbeteren. Zo kun je de nauwkeurigheid van patiëntgegevens vergroten, waardoor zorg sneller en efficiënter kan worden toegepast. Denk bijvoorbeeld aan hartmonitoren die constant in verbinding staan met de ICT en dat bij een notificatie meteen wordt aangeven wat er moet gebeuren.” Voorheen moesten zorgverleners het doen met een vaag alarmsignaal waarbij snel beslissingen moeten worden genomen die evt. grote gevolgen kunnen hebben. Door IoTtechnologieën is het sneller duidelijk wat er moet gebeuren. “Maar je kunt met IoT ook nieuwe producten ontwikkelen, zoals geavanceerde voertuigvolgsystemen, waardoor de vloot beter kan worden beheerd. IoT gaat bovendien verder dan producten. Het biedt mogelijkheden om interne processen te automatiseren, bijvoorbeeld door automatische ingrepen in te programmeren wanneer een apparaat ziet dat een norm wordt overschreden. Dergelijke acties moesten in het verleden handmatig gebeuren. Dat kan worden doorgetrokken naar business intelligence. Door de apparaten gegenereerde data kan een enorme operationele hulp zijn voor de bedrijfsvoering”, zo somt Coston op.

Dat betekent dus dat juist bedrijven die tot nu toe niet echt over IoT hebben nagedacht, er binnenkort wel eens serieus naar zullen moeten kijken om concurrerend te blijven. De rol van partners gaat hierdoor heel belangrijk worden, want juist zij zullen klanten moeten sturen om zulke implementaties tot een goed einde te brengen. “Door onze sterke positie op IoT, onze bedrijfsgeschiedenis en onze relaties in Nederland kunnen wij onze klanten, partners en channel alle benodigde hulp bieden om tijdens deze levendige nieuwe fase van IoT een goede start van kunnen maken”, verzekert Coston, die wijst op vijf aandachtspunten die bij de implementatie een belangrijke rol spelen.

Vijf stappen naar IoT
Zoals bij vrijwel ieder project begint een IoT-implementatie met een formulering van de verwachtingen. Zoals met iedere ICT-implementatie is IoT geen doel op zich, maar een middel. “Je moet op basis van Key Performance Indicators haalbare doelen formuleren”, zegt Coston. “Pas dan is het project goed te plannen en uit te voeren.

De planning is inderdaad het tweede punt waar organisaties bij een IoT-implementatie mee te maken krijgen. Het is op dit moment goed om een betrouwbare adviseur in de arm te nemen die een blik kan werpen op het eerste ontwerp. “Dat kan bijvoorbeeld een partner zijn, of een leverancier”, zegt Coston. “Het is wel van cruciaal belang dat het iemand is met kennis en ervaring binnen de branche die jouw bedrijfsvisie en ambities begrijpt.

Eenmaal ontworpen, dan kan IoT geïmplementeerd worden, waarbij de truc is om apparaten geheel zichtbaar te maken voor de rest van de infrastructuur. “Bedieningsgemak is cruciaal”, waarschuwt Coston. “Maar bedenk ook dat nieuwe apparaten in een later stadium zou kunnen worden aangesloten.” Omdat de apparaten zo nauw met elkaar zijn verbonden en in contact zijn met uw ICT-centrale, moet de beveiliging in orde zijn, en dan vooral voor branches die daar gevoelig voor zijn. En als laatste noemt Coston dat sommige branches extra veiligheidsmaatregelen moeten hebben, zoals de financiële sector en de gezondheidszorg.

Vier kernelementen
Als de oplossing eenmaal draait, dan bestaat er een typische IoT-implementatie en de kern bestaat uit vier onderdelen die nauw en onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. “Om te beginnen heb je natuurlijk het apparaat”, zegt Coston. “Dat is de ‘thing’ binnen IoT, het onderdeel van de oplossing dat verbonden is op het netwerk, dat data verzamelt en met andere apparaten communiceert.” Vaak wordt de ‘thing’ verward met de applicatie, maar dit is een andere laag binnen het IoT-netwerk. Aan rauwe data heeft niemand wat. Het zal eerst moeten worden verwerkt tot bruikbare informatie. “De applicatie zet de data, die vanuit de apparaten via het netwerk worden geleverd, om in waardevolle informatie”, zegt Coston.

Daartussenin zit dus het netwerk, de transportlaag die de gegevens van het apparaat overbrengt naar de applicatie. Dit is allang niet meer alleen het kabeltje tussen een client en server, maar omvat alle verbindingen binnen het bedrijf. Ook draadloze netwerken en mesh-netwerken behoren tot deze laag, zo zegt Coston. En als laatste noemt ze het platform, wat eigenlijk een beschermlaag biedt om de ‘things’ mee aan te kunnen sturen. “Het is niet efficiënt om ieder apparaat apart aan te sturen”, zegt Coston. “Door een passend platform toe te passen, kunnen de apparaten precies worden ingesteld vanuit de vraag van de organisatie. Potentieel heeft het een enorme impact op dagelijkse activiteiten en bedrijfsmodellen. Daarom is het zo belangrijk dat het op de juiste manier wordt geïmplementeerd.”

[Dit artikel is eerder gepubliceerd in ChannelConnect magazine nummer 4-2016]