Achtergrond: Wat gebeurt er aan de edge?

Meer en andere toepassingen dan verwacht

Tijdens gesprekken met datacenters en leveranciers voor deze uitgave van het Datacenter & Cloud Dossier is duidelijk geworden dat het begrip edge computing nog steeds verschillende definities kent. Die verschillen verklaren mogelijk waarom het antwoord op de vraag ‘Wat gebeurt er aan de edge?’ menigeen zal verbazen.

 

Wie vragen stelt over edge computing, of gewoon de edge, krijgt bij alle grotere internationale datacenters al snel te horen dat dan naar de schaal gekeken moet worden. Global players doen er veel aan om duidelijk te maken dat hun vestiging of vestigingen in Nederland al de invulling zijn van de edge. Vanuit Amerika gezien is Nederland klein genoeg om als een rand van het netwerk door te gaan. Wie voor díe invalshoek kiest zal dan ook constateren dat er aan de edge, het gebied dat wij Nederland noemen, niet zo veel anders gebeurt dan de voorgaande jaren. De datacenters draaien goed en waar mogelijk wordt nog uitgebreid of bijgebouwd. Wat er wel verandert, is dat door de consolidaties in de sector het aantal spelers in elke nationale markt onder druk staat. De mondiale spelers, die hier een dominante rol spelen, zwijgen over de impact die dat kan hebben op de realisatie van netwerken die zijn gebaseerd op grote aantallen kleine, regionale datacenters.

‘De twee trends in het bedrijfsleven zijn totaal verschillend’

Europese invalshoek Het verhaal wordt anders als er met partijen wordt gesproken die de blik beperken tot Europa. Wat zij met edge associëren, begint met de fi jnmazigheid van de netwerken. Of het nu gaat om de tienduizenden kilometers glasvezel in de grond of de duizenden zendmasten per EU-lidstaat, die infra wordt gezien als de eerste voorwaarde om überhaupt met edge aan de slag te kunnen gaan. Die invalshoek is wezenlijk anders dan bij de mondiale spelers.

Dat verschil is ook duidelijk als wordt gesproken over de datacenterbehoefte die hoort bij de edge. De global players hinten op de onmisbaarheid van de eigen locaties in en rond Amsterdam, de regionale spelers zien dat anders. Strikt genomen faciliteren zij namelijk al vele jaren voor duizenden klanten een edge-rol. In het datacenter dicht in de buurt wordt data opgeslagen en draaien applicaties die veel geraadpleegd worden of die echt maatwerk zijn. De grote datacenters buiten de regio zijn nodig voor weer andere toepassingen. Het beeld dat de regionale datacenters schetsen is dat ze door die edge-functie ook moeiteloos naast de grote spelers kunnen blijven bestaan.

Onder edge kan ook nog iets anders worden verstaan. Daarvoor is het goed eens met IT-installateurs en de IT-afdelingen van grotere ondernemingen te spreken. Deze twee groepen hebben te maken met twee tegengestelde trends.

De global players hinten op de onmisbaarheid van de eigen locaties in en rond Amsterdam, de regionale spelers zien dat anders

Eerste trend

De eerste trend is dat wedrijven er steeds meer voor kiezen de IT te outsourcen, wat door de komst van cloudapplicaties en een steeds grotere storagebehoefte een begrijpelijke ontwikkeling is. Dat leidt ertoe dat zoveel mogelijk buiten de deur wordt geplaatst als mogelijk is. Outsourcen en gebruik van de cloud wil niet zeggen dat er geen IT-hardware meer nodig is. Bedrijven realiseren zich immers dat alles buiten de deur plaatsen leidt tot een onacceptabele afhankelijkheid van de connectiviteit. Een goed doordachte IT-architectuur gaat daarom uit van een compacte on-premise-omgeving waar de basiswerkzaamheden verricht kunnen worden als de externe locatie niet beschikbaar is.

Tegelijk geldt dat wat lokaal wordt gedaan uiteindelijk moet belanden op de externe locatie of in de externe clouds. Aan die on-premise-hardware worden de nodige eisen gesteld. Het aantal gevallen waarbij afsluitbare racks met N+1 en andere securityfeatures – die bijdragen aan hogere redundantie – worden gevraagd, neemt fors toe.

Tweede trend

De andere trend is dat het steeds belangrijker wordt productiedata dicht op de bron te houden en bewerken. In onder andere de voedsel- en procesindustrie is het vereist alle mogelijke data snel te kunnen analyseren. De resultaten zijn nodig om constant te kunnen optimaliseren en in een zo vroeg mogelijke fase afwijkingen te constateren. De concrete invulling van die trend is dat er storage en compute-power nodig is op plekken waar dat voorheen niet of amper het geval was. Het spreekt voor zich dat de racks in dit soort gevallen, net als de benodigde hardware, in de regel afwijkt van wat men in kantooromgevingen tegenkomt. In de racks wordt de data geanalyseerd en bewerkt om daarna teruggestuurd te worden naar de processen. De andere communicatiestroom is dat de data ook naar externe locaties wordt verzonden voor verdere verwerking en uiteraard opslag.

Dezelfde resultaten

De twee trends in het bedrijfsleven zijn totaal verschillend, maar ze leiden wel tot de zelfde resultaten wat betreft de inrichting van de IT. De hardware op locatie is onmisbaar als zelfstandig opererende omgeving en als schakel voor het versturen en ontvangen van data. Wie met betrokkenen spreekt en goed naar de ontwikkelingen kijkt, zal zien dat dit invullingen zijn van het begrip edge. Dat men deze term in fabrieks- en productieo mgevingen herkent en gebruikt zal niet verbazen. In de meer conventionele kantooromgevingen moet het begrip vaker worden toegelicht. Men heeft veelal niet in de gaten dat de gekozen oplossing perfect aansluit op gangbare modellen van de edge.

Het kan dus heel goed zijn dat er al veel meer aan de edge gebeurt en dat er compleet andere edge-toepassingen zijn dan we door hebben. Het prettige daaraan is dat er misschien voor datacenters en andere IT-dienstverleners nog veel meer business ligt in de vorm van het connecten van al die edge-variaties dan men op basis van de eigen defi nities verwachtte.

[Dit artikel is eerder gepubliceerd in het Datacenter & Cloud Dossier 2019]

Lees het artikel hier in PDF