Datacenter Summit 2019 benoemt meer en minder bekende aandachtpunten

Beschikbaarheid en betrouwbaarheid hoog in het vaandel

Begin april is in de Cellnex-toren bij Lopik de derde editie van de ChannelConnect Datacenter Summit gehouden. Met zeven datacenters, een toeleverancier en een kennisplatform aan tafel leverde dat een goede discussie op. De thema’s die dit jaar hoog op de agenda stonden, waren niet dezelfde als vorig jaar, er waren nieuwe aandachtspunten en twee werden niet meer genoemd.

 

Voor de 2019-editie van de Datacenter Summit was het uitgangspunt dat er een goede mix van het datacenteraanbod in Nederland aan tafel moest zitten. Dat is gelukt met de deelname van Cellnex, Colohouse, Datacenter.com, EdgeInfra, Interconnect, Maincubes en Serverius. Vertiv en de Free Software Foundation namen aan het gesprek deel zodat ook andere aspecten van de business belicht zouden worden.

‘We gaan geen Russisch roulette spelen met live-omgevingen’

Wat tijdens de dag opvalt is dat de besproken onderwerpen uiteindelijk betrekking hebben op een handvol thema’s. Er zijn ook twee onderwerpen, die tot nu toe bij elke summit genoemd werden en die nu ontbreken. Brexit en de AVG lijken voor de datacenters in Nederland geen hot items meer.

Naast de thema’s en stellingen die ChannelConnect de deelnemers vooraf heeft gemaild, geven de deelnemers ook aan waarover ze van gedachte willen wisselen. Genoteerd worden datacenters meer verbonden met IT, de edge, skilled resources, afhankelijkheid van datacenters, de octopus en concrete innovaties.

Techniek en koeling

De eerste vraag is of klanten kiezen voor ‘proven technology’, of dat ze gaan voor state-of-the-art-oplossingen. Deze vraag is ook bij de voorgaande summits gesteld. Van Gemert heeft een kort en bondig antwoord paraat. Zijn klanten willen proven technology zien. Steman onderschrijft dat en geeft daarvoor als verklaring dat zijn business draait om continuïteit en beschikbaarheid. “Dan kun je niets anders dan kiezen voor proven technology.” Voor Stevens van Interconnect, dat het eerste datacenter in Nederland had met cold corridors, vraagt zich hardop af wanneer iets gedegen technologie is. “Onze klanten vragen er trouwens niet om, die verlangen beschikbaarheid. Omwille van het groene aspect wil je nog wel eens geneigd zijn te experimenteren. Dat doen we uitsluitend in testomgevingen. We gaan geen Russisch roulette spelen met live omgevingen en klantdata. Tijdens dat testen kun je trouwens flink de neus stoten.” Voor Mascini van EdgeInfra is het daarentegen een uitgemaakte zaak dat er wel geleund gaat worden op state-of-the-art-technologie. “EdgeInfra heeft als doelstelling edge computing mogelijk te maken op basis van pre-fabricated oplossingen, waarbij je moet denken aan units van zes tot twaalf racks. Wij zullen, in overleg met de klanten, openstaan voor experimenten op kleine schaal.”

De businesscase van Cellnex in Nederland is het bouwen van kleine datacenters in de zendmasten. Kippers: “We bouwen vrij klein en het is op klantwens. Dat hoeft dus niet per se de modernste vindingen uit te sluiten. We behalen prima resultaten met direct free air cooling, maar in de meeste torens die we nu inrichten kiezen we voor indirect free cooling. Voor ons is dat een nieuwe techniek.” Te Lintelo herkent het verhaal van Kippers. “In ons datacenter in Frankfurt is bij de bouw gekozen voor het Kyoto-wiel. Dat passen we in onze locatie in Amsterdam niet toe. Niet omdat het te innovatief is, maar omdat luchtvervuiling hier anders is. Je moet de balans vinden tussen de best mogelijke oplossing en de meest gedegen oplossing. Onze klanten hebben daar trouwens alle begrip voor.” Hij voegt daaraan toe dat het vinden van die juiste balans soms een punt is waar techniek en commercie verschillende standpunten innemen. Die opmerking noopt Neijmeijer tot een reactie. “Voor koeling bestaat geen ‘one size fits all’-oplossing. Er zijn veel factoren die een rol spelen en ervoor zorgen dat elke situatie anders is. Dat is de techniekkant van het verhaal. Aan de andere kant begrijp ik ook wel dat sales wil laten zien dat het datacenter mee gaat met de tijd.”

Het valt op dat de discussie over de pro’s en contra’s van bestaande en nieuwe techniek zich zo sterk focust op de rol van koeling. Is koeling zo complex? Steman: “Ja, een stroomstoring is niet het probleem, daar heb je noodstroom voor. De hitte kwijt kunnen is echt een uitdaging. Dat is voor ons in Amsterdam een serieus aandachtspunt. We zien gemiddelde rackloads van 8 tot 10 kW, tendens stijgend, omdat iedereen het maximale uit zijn gehuurde vierkante meters wil halen.” Voor Bout, die vooral in Miami werkt, is koeling ook een punt van permanente aandacht. “Er zijn veel verschillen tussen wat Amerikaanse en Nederlandse colo-klanten willen, maar op het gebied van koeling ontloopt dat elkaar weinig.”

Betrouwbaarheid

Nauw verwant aan beschikbaarheid is het begrip betrouwbaarheid. Hoe hoog staat dat in het vaandel van de aanwezigen. Mascini: “Edge en betrouwbaarheid, daar wordt nog volop over gediscussieerd. Je kunt je afvragen of bij elke unit wel een generator nodig is of koeling, of dat door de omvang van het fijnmazige netwerk het geheel verstoringen kan opvangen. De eerste pilots moeten dat gaan uitwijzen.”

Voor Stevens ligt dat anders: “Betrouwbaarheid staat bij ons op de eerste, tweede en derde plaats. Wat wij eronder verstaan is wel over de jaren veranderd. De meesten denken aan techniek, wij weten dat het financiële plaatje er ook deel van uitmaakt. Onze echt grote klanten moeten daar zekerheid over hebben. Die willen ook weten wat de ratio’s zijn, wat de bedrijfsstructuur is enzovoorts.” Daar houdt het voor Interconnect niet bij op. “Je kunt nog zo betrouwbaar zijn en toch omvallen. Zoiets kan gebeuren, hoe zit het dan met de continuïteit? Wij hebben daarom een constructie waarbij onze dienstverlening nog zes maanden kan doordraaien. Dat is het summum om betrouwbaarheid te kunnen aantonen”.

“Ik kijk naar betrouwbaarheid vanuit een andere invalshoek”, zegt Neijmeijer. “Overal gaat wel eens wat mis. Als leverancier kun je het verschil maken als je dan in staat bent een probleem snel te verhelpen, de juiste spares en specialisten kunt leveren. Dat is goed voor het imago van een goede betrouwbare leverancier, waar het datacenter ook weer van profiteert.”

Steman en Bout wijzen op het grote verschil tussen zaken doen in de VS, Azië en Nederland. Steman noemt contracten in de eerste twee een hel, waar beide partijen altijd een jurist op zetten. “Dat is een groot verschil met Nederland waar mensen de contracten vaak niet lezen”. Bout wijst erop dat in de VS onder betrouwbaarheid iets anders wordt verstaan dan in Nederland.

“Het wordt er steeds meer bij de klant neergelegd. Die moet vanwege wetten en compliance-eisen zorgen voor bijvoorbeeld DR en BC. Daardoor moet hij ook kritischer kijken naar wat wij en anderen leveren. Zo kan hij op zijn beurt zijn klanten aangeven dat de hele keten technisch en operationeel in orde is.” Verder noemt hij dat betrouwbaarheid kan betekenen dat men nadrukkelijk geen zaken wenst te doen met bepaalde partijen. “Er zijn klanten die niet wakker willen worden om te zien dat op het datacenter waar ze colo afnemen een ander naambord staat. Die willen op voorhand duidelijkheid hebben over de visie van het bedrijf, ook wat dat aangaat.“

Te Lintelo, die zich wel kan vinden in het scherpe oordeel van Steman en Bout, heeft een verklaring voor het verschil. “In Nederland is er intrinsiek vertrouwen in contracten omdat die in de basis altijd redelijk moeten zijn en er een hoge aansprakelijkheid als dienstaanbieder is. Dat zorgt voor mate van sanity die in andere landen ontbreekt.”

Op het punt van de naamswijziging wil Kippers reageren. De Alticom-torens worden op dit moment immers allemaal omgedoopt in Cellnex-torens en dat beperkt zich niet alleen tot het briefpapier; ook de naamborden op de torens worden verwisseld. “We zijn een betrouwbare leverancier en partner en dat gaat verder dan de klanten uitgebreid informeren over het portfolio. Daar hoort ook proactieve communicatie bij.” Voor Cellnex betekent betrouwbaarheid ook meedenken met de klant en zelfs adviseren van meerdere verschillende datacenters gebruik te maken om tot de beste redundantie te komen “Als wij dat niet doen, dan doen de consultants het wel en dat geeft de eindklant misschien een verkeerde indruk.”

Consultants

Rob Stevens

Wat tijdens de levendige discussie over betrouwbaarheid, continuïteit en koeling meerdere keren wordt genoemd is de rol van consultants. Het blijkt dat alle deelnemers steeds vaker met hen te maken krijgt. Te Lintelo: “De load aan vragen die we in Frankfurt (nieuwbouw) krijgen is marginaal in vergelijking met wat we in Amsterdam over ons heen krijgen.” Wat Steman doet opmerken: “Als de wanden vers geschilderd zijn en alles er als nieuw uitziet, sta je tien punten voor op de concurrentie die dat niet heeft, zo simpel is het echt.”

Jochem Steman

“De Amerikaanse partijen die we voorbij zien komen – en dat zijn zowel mogelijke eindklanten als consultants – hanteren allemaal lijstjes. Daar staan items op die bizar overkomen en vaak wordt er niet gekeken naar zaken die naar ons inzicht, objectief gezien, wel belangrijk zijn”, geeft Te Lintelo aan. Als voorbeeld noemt bij het ontbreken van vragen over de kans op overstromingen, of de maatregelen die Maincubes daartegen heeft genomen. Die opmerking leidt tot een stortvloed van reacties.

Van Gemert: “Consultants die namens hun opdrachtgever vragen over de techniek stellen, dat kennen we. Er zijn er ook die letterlijk onder de vloer willen kijken. Ze werken echt lijstjes af. Alles moet zijn afgevinkt. We hebben voor die groep al geruime tijd zelf lijsten en protocollen, om het hen en onszelf makkelijker te maken.” Hij heeft ook ervaring met consultants en vergelijkingssites die langskomen en uiteindelijk een betaling verwachten voor het oordeel. Dat schijnt ook bij de andere deelnemers voor te komen. Kippers merkt op dat door de komst van consultants de trajecten soms langer worden. “Dat moeten we accepteren, ook al weten we dat de echte opdrachtgever vaak een vaste oplevertermijn in gedachte heeft.” Bij Cellnex hebben ze, net als bij Serverius, checklijsten.

“Die geven we ook mee aan prospects en leads, zodat ze goed beslagen ten ijs komen en weten waarop een beslissing moet zijn gebaseerd.” Steman ziet een tweedeling. Er zijn volgens hem consultants die echt weten waar ze het over hebben, maar er zijn ook ex-verkopers die consultant zijn geworden. “Dat gaat niet werken, net als dat een autoverkoper zelden een goede automonteur is.” Neijmeijer geeft aan dat het speelveld van consultants heel breed is. “Behalve de bedrijven die in Nederland gevestigd zijn, is er ook een groot aantal internationale spelers actief. Wij zijn internationaal en dat geldt ook voor de grotere consultantorganisaties.”

Energie

Guido Neijmeijer

Tijdens het gesprek wordt ook gesproken over energie. Het kwam ter sprake toen Mascini aangaf dat het mogelijk voor EdgeInfra niet nodig is elke unit te voorzien van een noodstroomoplossing. Dit omdat in het vermaasde netwerk van micro-datacenters de locaties in de stad/regio elkaar kunnen opvangen en met de virtualisatie van netwerken en compute één en ander per direct naar elders gedistribueerd kan worden. Steman noemde het minder complex dan koeling. Bij Interconnect speelt het een rol, omdat het bedrijf in staat is terug te leveren aan het net en daarmee schijnbaar een interessante inkomstenbron heeft aangeboord. Op het moment dat de energieopwekking en -distributie meer in eigen hand genomen kan worden zal dat tot nieuwe business gaan leiden, verwachten de aanwezigen. Zover is het echter nog niet. Op dit moment is – daar zijn alle aanwezigen het over eens – de regio Amsterdam zo goed als vol. Niet omdat er geen fysieke ruimte meer beschikbaar is, maar wel omdat de werkwijze van de netbeheerders het mogelijk maakt energiecapaciteit te claimen die dan niet wordt afgenomen.

Meerdere sprekers noemen dat een bewuste methode om de concurrentie te hinderen in de regio Amsterdam voet aan de grond te krijgen of de posities uit te bouwen.

‘Door de komst van consultants worden de trajecten langer’

Een totaal ander aspect van energie, namelijk reductie van het stroomverbruik, is door Hoogstrate ter sprake gebracht. Hij beschrijft recent door de EU genomen maatregelen. “Het is een eerste stap met als doel een lagere energieconsumptie en openstelling voor onafhankelijke reparatie en onderhoud voor servers en storage. Naleven van de nieuwe regels is met ingang van 2020 verplicht.

De eerste stap betreft servers tot en met 4 CPU’s en storagesystemen tot 400 disks. Machines die meer verbruiken dan vastgelegd, mogen dan niet meer worden verhandeld.” De datacentersector krijgt dus direct te maken krijgt met EU-energiebeleid zoals dat voor andere sectoren al heel gewoon is. De impact van de maatregel zal volgens Hoogstrate groot zijn. “Al was het maar omdat dit jaar nog een groot deel van de oude voorraden moet worden verkocht”.

Andere punten

Aan het eind van de summit wordt stilgestaan bij de punten die aan het begin zijn genoteerd. Te Lintelo legt uit wat de octopus is. “Wij zijn tegen het octopusprincipe. Wij leveren colo en dat is een bouwblok, we hebben niet de ambitie meer te gaan doen. Onze klanten bepalen zelf welke bouwblokken ze gebruiken en van welke partijen ze die betrekken. Dat faciliteren we; we maken ook graag deel uit van een ecosysteem, maar onze rol is nadrukkelijk beperkt.” Kippers constateert dat voor edge meerdere definities worden gehanteerd, ook tijdens de summit. Mascini vult hem aan: “Er zijn inderdaad een heleboel edges, zoals de device edge, telefoons en auto’s et cetera, en de infrastructuur-edge waaronder de microdatacenters aan de rand van mobiele en vaste netwerken.” De aanwezigen zijn van mening dat edge amper een concurrent is voor de bestaande datacenterbusiness. De twee kunnen naast elkaar bestaan, waarbij ze uiteraard wel goed met elkaar verbonden moeten zijn.

Stevens vraagt zich af of de BV Nederland de impact van de afhankelijkheid van datacenters wel doorgrondt. “We doen elke dag onze best de klanten te voorzien van een betrouwbare omgeving zodat zij hun business kunnen draaien. Maar wat als door natuurgeweld of iets dergelijks dat niet meer kan, dat staat een groot deel van Nederland letterlijk stil. Er is een ‘rest-risico’ dat naar mijn mening te makkelijk wordt genegeerd.”

Tijdens de summit valt meerdere keren het begrip innovatie. Uit de reacties blijkt dat sommigen liever de kaarten op de borst houden dan daarover de discussie aan te gaan. Waar men wel vrijuit over praat is een ontwikkeling die daar zijdelings mee te maken heeft: de veranderde klantwens. Als Van Gemert zegt “klassieke colo is dood, lang leve het datacenter” weet iedereen wat daarmee wordt bedoeld. Bestaande datacentergebruikers groeien door. De instroom van nieuwe partijen die zelf alle hardware voor eigen infra kopen en als colocatie in een datacenter stoppen stagneert. Dit type klant wil zijn eigen specialistische hardware onderbrengen in het datacenter. Hij verwacht dat het datacenter voorziet in de “standaard bouwstenen”, zoals flexibele DL/AL-rekenkracht, standaard hardware en basis. Nieuwe klanten met een standaard colo-behoefte worden schaars, die vinden vooral onderdak bij de hyperscalers.

Neijmeijer en Steman noemen het gebrek aan mensen ernstig. Dat, in combinatie met de huidige groei van de sector en de snelheid van nieuwe ontwikkelingen, vinden ze een serieus probleem. Iedereen herkent dat en niemand heeft een oplossing. Van Gemert oppert dat het ook een optie is anders naar groei te kijken en te accepteren dat de markt in een andere fase is beland. Groei blijft mogelijk, maar groei als enig doel draagt volgens hem bij aan het personeelsgebrek.

Met die opmerking is de summit welis- waar niet afgerond, maar het illustreert wel dat er vrij wordt gesproken over de issues van de sector en de individuele bedrijven. Dit verslag benoemt maar enkele van de onderwerpen die in de bijna vier uur durende sessie zijn behandeld. De andere thema’s en uitspraken komen later dit jaar in het Datacenter en Cloud Dossier 2019 en de andere ChannelConnect uitgaven nog uitgebreid aan de orde.

Deelnemers ChannelConnect Datacenter Summit 2019
Savvas Bout | CTO Colohouse
Gijs van Gemert | CEO Serverius
Jan Hoogstrate | Directeur Act2Xceed / Free ICT Europe
Maarten Kippers | Business Development Manager Cellnex Telecom
Joris te Lintelo | Director International Business Development Maincubes
Guido Neijmeijer | Country Manager Benelux Vertiv
Cara Mascini | CEO EdgeInfra
Jochem Steman | MD Datacenter.Com
Rob Stevens | CEO Interconnect

[Dit artikel is eerder gepubliceerd in ChannelConnect magazine 2019, nummer 3]

Lees het artikel hier in PDF