De moeilijke keuzes van de datacentermarkt

Overzicht van het datacenterlandschap

De datacentermarkt staat voor enkele belangrijke kruispunten. De klantvraag verandert, terwijl de branche zelf juist meer wil standaardiseren. Wat betekent ‘betrouwbaarheid’ eigenlijk nog? Zijn Nederlandse datacenters in de kern internationaal, nationaal of regionaal van aard? Het zijn enkele vragen die we dit jaar gaan proberen te beantwoorden, met uw hulp uiteraard.

 

ChannelConnect besteedt ook dit jaar uitgebreid aandacht aan de Nederlandse markten voor datacenters en cloud. Behalve het Datacenter & Cloud Dossier en ons Datacenter Summit op 2 april bij Cellnex in IJsselstein, blijven we scherp letten op de ontwikkelingen die plaatsvinden in de bredere markt. Die dynamiek voelen professionals aan den lijve, nu ze zich moeten richten op veranderingen in de klantvraag, gedreven door technologieën als IoT en 5G, of nieuwe beschikbare apparatuur en koelingsmethodes.

Maar onder het oppervlak is meer gaande. De interviews die ChannelConnect de afgelopen jaren heeft gevoerd en de constante contacten met spelers, leggen verschillende trends bloot die data- centerprofessionals zelf niet meteen zullen zien. Of, in sommige gevallen, helemaal niet willen zien.

Standaardisatie versus maatwerk

Organisaties worden steeds unieker en eisen daardoor ook meer mogelijkheden van hun datacenterleveranciers. Tegelijkertijd kiezen leveranciers juist voor standaardisatie, bijvoorbeeld in de vorm van het Open Compute Project (OCP). In de eerste ChannelConnect van dit jaar staat bijvoorbeeld een verslag van Peter Lambrecht, VP Key Accounts bij hardwareleverancier Vertiv. Lambrecht zegt dat datacenterleveranciers af moeten van het maatwerkprincipe, en zo snel mogelijk standaarden moeten omarmen. Eisen als korte opleveringstijden kunnen alleen dan worden gerealiseerd, terwijl ook het gebrek aan technici in zulke gevallen minder voelbaar is.

Wie neemt het voortouw bij de standaardisatie

Maar aan de andere kant van de discussie staan datacenters die hun klanten de best mogelijke dienst willen leveren. Switch Datacenters kwam afgelopen jaar prominent aan bod in ChannelConnect 4. Gregor Snip, CEO van Switch Datacenters, legt in die uitgave uit dat maatwerk de enige manier is om klanten goed te kunnen bedienen. Maar hij voegt er wel aan toe dat ze ook actief als adviseur optreden. “Zo zullen we een klant bijvoorbeeld adviseren zijn racks zo in te richten dat het verbruik aan stroom en koeling lager wordt”, zegt hij. Standaardisatie kan daar een grote rol in spelen. Maar het is dus de vraag wie in dat proces het voortouw moet gaan nemen.

Wat is nog ‘betrouwbaar’?

Nederlandse datacenters staan er goed op in de wereld. Geen enkele datacenter durft nog onder de 99,999%-standaard van het Uptime Institute te komen. Het lastige is daardoor dat zoiets belangrijks, de beschikbaarheid, niet langer een punt van onderscheid wordt. In plaats daarvan zullen datacenters de nadruk moeten leggen op andere facetten van de beveiliging. Denk aan Dataplace, die zich onderscheidt met een slim camerasysteem voor toegangscontrole. Daarmee combineren ze veiligheid met flexibiliteit voor de klant. “Wij bieden op een slimme, innovatieve manier 24/7 toegang, 365 dagen per jaar”, noemt Paul Faas, Salesmanager Segments. “Aanmelding kan nu zelfstandig, en dat geldt niet alleen voor vaste bezoekers. Incidentele bezoekers kunnen via onze portal in het customer care center direct het datacenter betreden.”

Maar dit stelt de markt weer voor nieuwe uitdagingen. Slimme camera’s kunnen zelf worden gehackt, bijvoorbeeld, en standaarden ontbreken nog. Dat geldt voor meer onderdelen die raakvlakken hebben met de betrouwbaarheid van datacenters.

Regionaal, nationaal, internationaal

Vaak genoeg horen professionals dat als ze buitenlandse partijen in hun datacenter willen krijgen, een locatie bij Amsterdam toch een vereiste is. Daaruit kun je concluderen dat locatie het belangrijkste kenmerk van een datacenter is. Zoals Gijs van Gemert, de CEO van Serverius, het onder woorden brengt: “Colocatie (gebouw, stroom, koeling, connectivity) wordt een restproduct, een commodity waar je je geld niet meer mee kan verdienen.”

Maar lang niet iedereen zoekt naar internationale klanten. Nieuwe datacenters worden juist in de provincie neergezet. Agriport A7 bij Middenmeer, waar onder meer Google en Microsoft hebben toegezegd zich te gaan vestigen, is een voorbeeld. Maar zeer lokale spelers dichten zich eveneens grote kansen toe. Partijen als Cellnex (voorheen Alticom) of het eerder genoemde Dataplace zijn daar voorbeelden van. Anderen, zoals het nog niet gerealiseerde The Green Bay, gaan juist uit van de goede connectiviteit met de Amsterdamse ring. Een partij als Bytesnet kiest dan weer heel bewust voor een extra locatie bij Groningen om de samenwerking met de onderwijsinstellingen aan te gaan.

‘Colocatie wordt een restproduct’

Andersom komen internationale spelers ook in Nederland rondneuzen. Het Duitse maincubes heeft niet lang geleden het datacenter aan de Capronilaan grondig verbouwd en gemoderniseerd. Het bedrijf zet in op een soort pan-Europees netwerk, met een directe verbinding met zijn faciliteiten in Frankfurt. Iron Mountain is natuurlijk zeer actief geweest, maar vlak ook Equinix niet uit, die internationaal goede cijfers toont en ook in Amsterdam zeer actief is. Wie zal uiteindelijk gelijk gaan krijgen?

Projecten nog niet afgerond

Even weer terug naar The Green Bay, want oorspronkelijk zou dit zeer groene datacenter al in het tweede kwartaal 2018 beginnen met bouwen. Bijna een jaar later wachten we bij het ter perse gaan van deze ChannelConnect nog op nieuws, maar het bedrijf heeft al wel een overeenkomst getekend met SPIE. Stiller is het echter rond DC Valley bij Ede. Op het moment van schrijven heeft de website sinds mei vorig jaar geen nieuws meer geplaatst. Een project aankondigen is goed te doen, de bouw zelf blijft echter een uitdaging.

Natuurlijk speelt er nog veel meer op de datacentermarkt. En zoals altijd vragen we onze lezers om input. Alle tips en opmerkingen zijn altijd welkom, en onze mail redactie@channelconnect.nl staat hier altijd voor open.

[Dit artikel is eerder gepubliceerd in ChannelConnect magazine 2019, nummer 2]

Lees het artikel hier in PDF