Dataplace gaat van regionaal naar nationaal en verder

Paul Faas en Dave Dekkers, Dataplace

Dataplace is in 2011 begonnen als exploitant van een datacenter in Alblasserdam. Ondertussen exploiteert de colocatiegigant vier faciliteiten, met de meest recente toevoeging in Waalwijk. Wie een landelijke speler wil zijn, moet regionaal aanwezig zijn, zo is de gedachte. Bovendien groeit de behoefte aan twin-oplossingen, zo vertellen salesmanager segments Paul Faas en sales manager regionals Dave Dekkers in een gesprek met het Datacenter & Cloud Dossier.

Met datacenters in Alblasserdam, Groenekan, sinds vorig jaar Arnhem en sinds dit voorjaar Waalwijk is de groei van Dataplace explosief te noemen. Dat is natuurlijk grotendeels te linken aan de overname door de Eurofiber Group in 2016. Daardoor werd het oorspronkelijke datacenter in Alblasserdam meteen aangevuld met het Eurofiber-datacenter in Groenekan. Maar daarmee zijn ze er nog niet, zo vertelt Paul Faas. “We willen uiteindelijk groeien naar zes of zeven datacenters landelijk, en we zijn op zoek naar meer vestigingen”, vertelt hij. Daar geeft hij meteen meerdere redenen voor. “Je wilt altijd zo dicht mogelijk bij je klanten zitten. Je weet dat 5G en IoT eraan komen, en dan heb je veel datacenters nodig om dat te realiseren. Je ziet onder meer dat de auto-industrie er heel druk mee bezig is.” Dave Dekkers voegt eraan toe de lokale aanwezigheid domweg nodig te hebben. “Je moet de apparaten kunnen plaatsen als je de edge wil opzoeken”, zegt hij. Steeds meer klanten willen realtime-diensten kunnen aanbieden. “Denk een beetje in de stijl als Netflix”, zegt Dekkers. “Diensten die uitstekende connectiviteit nodig hebben die data snel bij de klant kan brengen. Dat wordt veel eenvoudiger als de afstand tussen datacenter en klant ook klein is. Vooral voor telecombedrijven is dat belangrijk, want zij moeten het weer naar hún klanten doorzetten.”

Behoeften

Paul Faas

Een prioriteit die Dataplace heeft gesteld is dat nieuwe datacenters zo snel mogelijk naar de standaard worden getrokken van de overige datacenters. “We willen ze dezelfde huisstijl en herkenning geven, met dezelfde hoogwaardige dienstverlening”, zegt Faas. “Denk bijvoorbeeld aan de toegangscontrole. Wij bieden op een slimme, innovatieve manier 24/7 toegang, 365 dagen per jaar. Aanmelding kan nu zelfstandig, en dat geldt niet alleen voor vaste bezoekers. Incidentele bezoekers kunnen via onze portal in het customer care center direct het datacenter betreden.” De reden was dat klanten vooral hierom vroegen, zo vertelt Faas. “De toegang zelf blijft sterk, met een pas in combinatie met een biometrische vingerafdruk”, zegt Dekkers. “Maar nu kun je 24/7 langskomen zonder tussenkomst van een medewerker van Dataplace met ons eigen Dataplace Acces Control-systeem.” In Waalwijk wordt dat deze maanden gerealiseerd.

Dave Dekkers

Een andere behoefte waar steeds meer colocatieklanten om vragen is een twin-oplossing, zo merken Faas en Dekkers. “Ze willen specifiek een zekering hebben tegen rampen. We hebben meerdere redundante verbindingen tussen onze locaties, dus kunnen we redelijk eenvoudig twin-oplossingen realiseren.” Dekkers voegt eraan toe dat dit veel synergie biedt op infrastructuurgebied. “We kunnen die infrastructuurlaag heel goed bieden dankzij de combinatie met onze zusterbedrijven en onze partners.” Dataplace is echter carrierneutraal, benadrukt Dekkers. “We werken samen met heel veel carriers, dus we kunnen in de oplossing uitgaan van de klantvraag, en dat maakt het sterk.”

Certificeringen

Faas ziet ook dat certificeringen steeds belangrijker worden voor klanten die een datacenterpartner zoeken. “Dat springt er echt uit. Je moet je certificeringen laten zien en kunnen vertellen hoe je het precies hebt geregeld. Daar zijn we goed op ingesprongen. We hebben één managementsysteem waarmee we alle datacenters goed kunnen certificeren. We staan ook altijd ook open voor audits van klanten zelf.” Dataplace heeft sinds kort een ISAE 3402 type 2-certificering. “Dat is de meest gevraagde. Daarmee kun je aantonen dat je de serviceorganisatie over een periode van een half jaar goed geregeld hebt”, zegt Dekkers. “Het is meer dan een momentopname.”

‘Je weet dat 5G en IoT eraan komen, en dan heb je veel datacenters nodig om dat te realiseren’

Een belangrijke reden hiervoor is – hoe kan het ook anders – de GDPR die deze zomer van kracht is geworden. “Het verschilt enorm van klant tot klant hoe ze ermee om zijn gegaan”, zegt Dekkers. “Sommigen waren een jaar geleden al serieus in de weer met GDPR, anderen zijn er nog steeds mee bezig.” Faas zegt dat Dataplace zijn klanten daarin volledig ondersteunt. “Dat doen we door de juiste kennis te bieden. Je moet op een adviesvraag kunnen anticiperen, dus hiervoor hebben we een specialist in dienst. De vraag die we vaak horen is of een klant een verwerkingsovereenkomst moet hebben of niet? Dat proces loopt dankzij onze specialist soepel, en meestal zijn klanten verrast omdat het minder gedoe oplevert dan verwacht.”

Daarmee is Dataplace duidelijk uitgegroeid van regionale naar landelijke speler. “Maar wel eentje met een duidelijke regionale aanwezigheid”, zegt Dekkers. Maar daar stopt de ambitie van Dataplace niet. De organisatie wil ook het internationale toneel bestormen. “Stel dat je internationaal een rol kan spelen terwijl je dekking in heel Nederland hebt, dan heb je wel een echt unieke propositie”, sluit Faas af.

[Dit artikel is eerder gepubliceerd in het Datacenter & Cloud Dossier 2018 van ChannelConnect]

Lees het artikel hier in PDF