Kannegieter en Leviton: Voor elke vraag de beste oplossing

Kannegieter kan bogen op een trackrecord van zestig jaar en grote naamsbekendheid in de markt als distributeur van databekabeling, netwerkapparatuur en slimme distributieoplossingen. Samen met Jeroen Loonstra van Leviton spraken operational director Edwin van Ommen en inside-salesmedewerker Johan Jacobsen van Kannegieter over relevante ontwikkelingen voor datacenters en de samenwerking tussen leverancier en distributeur.

 

Leviton maakt onderscheidt naar gebruik en omvang bij datacenters, maar we zijn overal aanwezig. We leveren niet rechtstreeks, maar maken in Nederland gebruik van een partij als Kannegieter die op zijn beurt weer aan de installateurs of system integrators levert”, zegt Jeroen Loonstra. Hij maakt daarbij direct duidelijk dat Kannegieter niet zomaar een distributeur is. Leviton is sinds 2015 eigenaar van Brand-Rex en daarmee deed Kannegieter sinds 1972 al zaken. Edwin van Ommen: “Begin jaren ’60 leverde Kannegieter als eerste de BICC-Brand-Rex hoogfrequent kabels aan Fokker en later bekabeling voor de IBM-mainframes. Datacenters zijn een voorbeeld van een markt die voor ons allebei ook zeer belangrijk is en waar we goed vertegenwoordigd zijn.”

Omdat de twee bedrijven elkaar zo lang kennen is er sprake van samenwerking die wezenlijk verder gaat dan een normale fabrikant-distributeursrelatie. Loonstra: “Als wij aan tafel zitten met een partij die vragen stelt over oplossingen buiten ons portfolio zullen wij Kannegieter voorstellen als extra gesprekspartner; omgekeerd is dat ook het geval.”het geval.” Jacobsen: “Leviton is een heel sterke naam in de sector; zij zitten heel sterk in de hogere segmenten met technische oplossingen voor bijvoorbeeld 100GB-bekabeling. Daar komen vragen bij over het beheer en daarvoor heeft Kannegieter dan weer oplossingen. Ook dat is een manier waarop we elkaar in de samenwerking versterken.”

Trends in de markt

De opmerking over de bekabeling is een opmaat naar de vraag naar de trends bij datacenters die de twee bedrijven zien. Loonstra verwijst naar de Levitonfabriek in Schotland voor Make to Order, pre-terminated glasvezelverbindingen. “Dat heeft met meerdere trends te maken. Pre-terminated is niet nieuw, maar de vraag groeit sterk.” Dat komt enerzijds omdat de datacentermarkt fors groeit. Anderzijds is het volgens Jacobsen zo dat klanten van de installateurs steeds later bestellen en de Time on Floor wordt beperkt. “Met pre-terminated oplossingen kan de installateur sneller en efficiënter werken. Dat wordt steeds belangrijker voor datacenterexploitanten die zo min mogelijk mensen, zo kort mogelijk, op de vloer willen hebben.”

‘Met pre-terminated oplossingen kan de installateur sneller en efficienter werken’

Daarmee wordt een link gelegd met een belangrijk punt van de samenwerking. Een van de sterke punten van Kannegieter is de logistiek. Het zorgt ervoor dat een serverrack op het juiste tijdstip en plek wordt afgeleverd. “Die racks zijn door ons dan al volledig voorbereid, voorzien van de juiste panelen en bekabeling, zoals de pre-terminated verbindingen van Leviton”, zegt Van Ommen. “Daardoor heeft de installateur op de datacentervloer veel minder tijd nodig wat voor de datacenterbeheerder belangrijk is. Steeds vaker nemen we het verpakkingsmateriaal weer mee, zodat de installateur daar ook geen omkijken meer naar heeft. Wij zorgen dat hij zo efficiënt mogelijk kan werken en dat het datacenter zo min mogelijk hinder ondervindt.”

“Die focus op efficiency heeft ook alles te maken met wat we bij Leviton de Roii – de Return on Infrastructure Investment – noemen. Wij zullen niet de goedkoopste zijn, maar zorgen wel voor het beste rendement als je naar het totale plaatje kijkt”, vult Loonstra aan.

DE-cix

Edwin van Ommeren, Jeroen Loonstra en Johan Jacobson

Bij elk gesprek over datacenters wordt de groei van bandbreedtes genoemd. Dat is hier ook het geval. Loonstra neemt daarvoor een minder voor de hand liggend voorbeeld. Leviton heeft namelijk DE-cix als klant. Het recent geopende DE-cix XII in Frankfurt is voorzien van Leviton-bekabeling met 100GB/s capaciteit. Op termijn zou dat kunnen worden verhoogd naar 400GB/s, maar dat is vooralsnog niet aan de orde. Wat zowel Loonstra als Jacobsen voor nu belangrijk vinden aan deze aanpassing van de backbone is dat het ook impact krijgt lager in het netwerk. “De mogelijkheden die 100GB/s biedt zal ervoor zorgen dat in datacenters de bandbreedte ook opgeschroefd gaat worden”, voorspelt Jacobsen. Daarbij wijst hij op de portfolio’s van Leviton en Kannegieter die daar nu al het antwoord op hebben.

Glas of Koper

100GB/s betekent uiteraard dat er glasvezelverbindingen worden toegepast. De vraag of 100GB/s er ook voor zal zorgen dat daardoor koper uit de datacenters zal verdwijnen is goed voor een interessante discussie. Loonstra laat weten dat de Leviton-faciliteit in Schotland dit jaar nog de productie van pre-terminated koperbekabeling zal starten. Alleen dat al geeft aan dat glasvezel koper niet geheel zal verdringen. Als standaard levertijd van copper capability zal, afhankelijk van het volume, twee weken factory gate gelden. Dat is gelijk aan wat voor fiber optic assemblees wordt aangehouden.

Jacobsen ziet de markt voor koperbekabeling krimpen, maar niet verdwijnen. “Als de bandbreedte geen beperking is kan koperbekabeling nog steeds goedkoper zijn en echt lang niet elke toepassing heeft 10GB/s nodig.” Loonstra onderschrijft dat. Hij ziet dat er in datacenters nog steeds servers of ander appliances met slechts een koper nic. “Het is legacy dat om meerdere redenen niet vervangen kan worden voor hardware met een glasvezel nic. Daarom zal je in datacenters nog heel lang een combinatie van glas en koper blijven zien. Daarnaast is er nog cat8 dat voor de aanwezigheid van koper in de datacenters zal blijven zorgen.” Of cat8 een succes wordt, staat nog in de sterren geschreven, maar van Loonstra vermoedt dat het een interessante vervanging voor alle direct attached coaxverbindingen kan worden. “Dan spreken we over een omvangrijke markt van datacenters en natuurlijk de dedicated serverruimtes.”

‘Wij zorgen dat de installateur zo efficiënt mogelijk kan werken’

De trends zijn duidelijk, efficiency is daarvoor een belangrijk motief. De opmars van glasvezel is besproken en cat8 zou wel eens grotere impact kunnen hebben. Dat impliceert goede tijden voor Kannegieter en Leviton. Toch vinden Van Ommen, Jacobsen en Loonstra dat het beter kan. Ze willen begrijpen wat de klant echt wil en zullen niet terugdeinzen aan te geven dat de gevraagde oplossing suboptimaal is voor de langere termijn. Jacobsen: “Wij zijn stoer genoeg iets niet te verkopen, als de klant daar over drie jaar niets meer aan heeft.” Van Ommen: ”We hebben voor elke vraag de beste oplossing, maar stel ons dan wel in staat te begrijpen wat je echte vraag is. Soms moeten we het eerste laagje vernis wegkrabben om dat te achterhalen.”

Loonstra vat het samen: “De oplossing bieden waar de klant écht wat aan heeft en een Return on Infrastructure Investment die hem tevreden maakt. Dat is wat we willen en door de intensieve samenwerking ook kunnen waarmaken.”

[Dit artikel is eerder gepubliceerd in het Datacenter & Cloud Dossier 2018 van ChannelConnect]

Lees het artikel hier in PDF