Column: Waar blijft het nationaal plan vanuit de overheid? – Andrew van der Haar

Connectiviteit is inmiddels een randvoorwaarde voor bijna al het maatschappelijk en economisch verkeer. Nu we als Nederland van het aardgas afgaan, kunnen we ons afvragen of connectiviteit nu als nutsvoorziening zal worden erkend. Water, elektriciteit en connectiviteit zullen in de toekomst de belangrijkste pijlers worden onder onze samenleving. Data is het nieuwe goud, maar zonder connectiviteit kan niemand erbij.

 

Gelukkig zijn er in het land vele nieuwe projecten om nieuwe glasvezelnetwerken aan te leggen. Want hoewel we het goed doen op gebied van connectiviteit, blijft er werk aan de winkel. De afgelopen jaren werd er weinig glasvezel aangelegd, maar die trend is gelukkig gekeerd.

Niettemin blijven we als Fiber Carrier Association bij de overheid pleiten om de regierol bij de aanleg van glasvezel serieus te nemen. Het gaat immers niet vanzelf, getuige de vele burgerinitiatieven voor aanleg van glasvezel in meer rurale gebieden. En ook in veel steden zijn gebruikers nog altijd aangewezen op koper- en coaxverbindingen. Die zullen op een zeker moment hun technische limieten bereiken.

De overheid heeft de handschoen ten dele opgepakt met de dit jaar verschenen digitaliseringsstrategie, maar er mag wel een tandje bij wat mij betreft. Als het gaat over connectiviteit, gaat het in de strategie vooral over 5G. Dat is voor de glasvezelsector ook een positief punt. Om een dicht netwerk van 5G-masten van connectiviteit te voorzien is veel glasvezel nodig. U kunt zich wel voorstellen waarom: alle mobiel verzonden data komt bij een 5G-mast en deze data moet worden getransporteerd via de core netwerken naar datacenters. Deze netwerken bestaan uit glasvezel. Gezien de bandbreedte die 5G mogelijk zal maken, blijft investeren in glasvezel noodzakelijk, anders krijgen we data straks niet snel van A naar B. Tegelijkertijd neemt ook de behoefte bij het bedrijfsleven aan glasvezelverbindingen snel toe.

Die groei is autonoom. De overheid speelt hier vooralsnog geen rol in, maar faciliteert wel vaker dan voorheen. Toch kan het beter. Tijdens de Fiber Vakdag werd maar weer eens duidelijk dat gemeenten en provincies niet door hebben hoe waardevol hun rol is voor het realiseren van een complex glasvezelnetwerk. De rijksoverheid poogt stappen te nemen en neemt gelukkig steeds vaker aan dat glasvezel de enige mogelijke oplossing is om de steeds grotere vraag naar bandbreedte te kunnen invullen. Maar er is nog steeds geen nationaal plan vanuit de overheid. De groei van vraag naar glasvezel die we nu zien, komt dus door marktwerking en burgers en bedrijven die niet langer willen wachten tot de overheid iets gaat doen. Staatsecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken en Klimaat kan trots zijn. De markt doet zijn werk wel, zo concludeerde zij op basis van verschillende rapporten.

Een aantal buitenlandse investeerders zien dan ook toekomst in glasvezel. Het is geen snel rendement, maar een solide basis. Geschat wordt dat de komende vijf jaar circa 1,2 miljoen aansluitingen gerealiseerd worden. Dat is natuurlijk zeer hoopvol, maar bedenk wel dat we over vijf jaar ook meer dan acht miljoen huishoudens hebben. Dus er ligt nog steeds een grote uitdaging wat betreft de uitrol.

De Fiber Carrier Association is bezig om de glasvezelsector te helpen, onder meer door standaardisatie en certificering van netwerken in de nabije toekomst. Hierdoor wordt het voor investeerders inzichtelijker waar te investeren en voor diensten die over de glasvezel gaan ook eenvoudiger om gebruik te maken van elkaars netwerk. Zo verwacht ik dat de impuls van aanleg van nieuwe netwerken alleen maar groter wordt en Nederland voorop blijft lopen.

Andrew van der Haar is directeur Fiber Carrier Association.
Reageren? a.vanderhaar@fibercarriers.nl

[Dit artikel is eerder gepubliceerd in het Datacenter & Cloud Dossier 2018 van ChannelConnect]

Lees het artikel hier in PDF