De belangrijkste trends voor STULZ

De STULZ Groep B.V. is onderdeel van het Duitse STULZ dat afgelopen jaar het 70-jarig jubileum vierde. Daarmee is het een zeer volwassen partij. Een extra reden om met CEO Carlo Brouwer over meer dan de technische oplossingen te praten. Brouwer zoomde daarvoor in op trends en uitdagingen.

STULZ is gespecialiseerd in temperatuur- en vochtigheid-managementtechnologie. Het zorgt voor de juiste temperatuur en luchtvochtigheid in onder andere productieomgevingen, laboratoria, serverruimtes en datacenters. In laboratoria en bepaalde productieruimtes zorgt het ook dat die stofarm of zelfs stofvrij zijn. Dat geeft aan dat het portfolio meer omvat dat wat door de datacentersector wordt ingezet. Die sector vertegenwoordigt wel de meeste omzet voor STULZ in Nederland. “Op dit moment is voor ons de datacentersector de grootste klantgroep. Serverruimtes is voor ons een apart segment, daar zijn we ook actief, maar die markt groeit minder”, zegt Brouwer en voegt daar aan toe dat er wel een duidelijke nieuwe sector sterk in opkomst is. “We noteren een goede groei van de warmtepompen, wat past bij de bredere marktvraag naar meer duurzaamheid.” Daarmee is een eerste trend benoemd.

Meer vraag naar maatwerk

Een andere trend waar Brouwer op wijst gaat specifiek over datacenters. De ingenieursbureaus die de nieuwbouw en renovaties voorbereiden zijn steeds meer op zoek naar de rand. Omdat de eigenaren van datacenters steeds meer willen halen uit de gebouwen worden de eisen die aan de installaties worden gesteld steeds zwaarder. “Ingenieurs leggen ons steeds vaker vraagstukken voor die de grenzen van de huidige mogelijkheden opzoeken. Gekscherend zeg ik wel eens dat ze niet het randje opzoeken maar met minimaal een teen daarover heen gaan.” Die ontwikkeling is voor STULZ belangrijk, het betekent namelijk meer maatwerk. Dat is volgens Brouwer een groot verschil met de situatie van tien jaar geleden, toen waren standaard oplossingen het meest gevraagd.

Decentraal naast centraal

De derde trend die Brouwer noemt is de vraag naar meer decentrale oplossingen. “Naast de vraag naar grote datacenters die zich tot de bekende regio’s van Europa beperkt, zien we een goede vraagontwikkeling naar kleinere locaties. Afhankelijk van het gebruik noemen we dat edge datacenters, maar in ons portfolio zit ook een oplossing die we microdatacenter noemen.”

‘Alles is zoveel beter, zuiniger en stiller dan tien jaar geleden en toch is er nog steeds een grote uitdaging. Dat is de restwarmte’

Voor STULZ zijn edge datacenters een interessante markt, ook omdat daar andere eisen aan de klimaatbeheersing worden gesteld dan voor reguliere datacenters. “Omdat er minder hardware in staat kan een edge datacenter met minder koeling uit”, legt Brouwer uit. “Daarmee is het een type ruimte waarvoor koelingen die wij aan de telecomindustrie leveren volstaan. Dat is een opvallende ontwikkeling omdat temperatuur- en luchtvochtigheidsoplossingen specifiek voor een type gebruik en klant ontwikkeld nu veel breder kunnen worden ingezet.”

Het microdatacenter is iets heel anders. Brouwer: “Onze Britse collega’s produceren deze oplossing. Het is het antwoord op de vraag van verschillende beroepsgroepen die, ondanks colo- en cloudmogelijkheden, een eigen kleinschalige serverruimte in het gebouw moeten hebben.” Brouwer noemt de medische sector en advocaten als voorbeelden van klantgroepen. De microdatacenters zijn maximaal drie standaard racks groot. De gebruiker hoeft zich geen zorgen te maken over de koeling, noodstroom of een separate blusinstallatie, dat is in de unit geïntegreerd. De racks worden naar binnen gereden, aangesloten op stroom, connectiviteit en water als er niet voor de DX-optie is gekozen en daarmee is het autonome systeem up and running.

Ingenieurs leggen steeds vaker vraagstukken voor die de grenzen van de mogelijkheden opzoeken

Hyperscalers en datacenter torens

Uiteraard komt ook de regio Amsterdam ter sprake met grote datacenters die vaker de hoogte ingaan en de hyperscalers met nog steeds maximaal twee verdiepingen. De consequentie van hoogbouw is dat er te weinig dakoppervlak is om voldoende conventionele air handlers te plaatsen. “Het is ook daarom dat we als fabrikant steeds meer worden gechallenged door de ingenieursbureaus en datacentereigenaren te komen met nog betere en slimmere oplossingen”, geeft Brouwer aan en bevestigt dat STULZ daarom eerder bij projecten betrokken wordt. Overigens is het niet zo dat bij de hyperscalers in de polder, waar wel sprake is van grote platte daken gewone air handlers worden gebruikt. Daar is sprake van zulke hoge vermogens en compacte vloerbezetting dat niet meer mogelijk is die met lucht te koelen. Brouwer: “Als het je al zou lukken met lucht te koelen heb je luchtsnelheden op de vloeren waarbij mensen niet meer kunnen werken.” Daarom gebruiken de hyperscalers vaker chilled water cracs, wat trouwens ook nog positiever is voor het energieverbruik.

Kwaliteit en milieu

Via de koelingsvraagstukken van hoge datacenters en hyperscalers komt het gesprek uit bij de begrippen kwaliteit en milieu. Brouwer: “Het is nog te vroeg om het een trend te noemen, maar we signaleren wel meer vragen over stillere oplossingen. Dat heeft te maken dat datacenters dichter bij woonwijken komen. Daar zit niemand te wachten op toegenomen milieubelasting in de vorm van een constante bron van geluid. Wij spelen daar op in door onze ventilatoren groter en stiller te maken. Met meer kwaliteit kunnen we aan die specifieke milieueis voldoen.” Brouwer ziet verder dat klanten vaker om servicecontracten van vijf jaar en langer vragen. “Ook dat betekent dat de klant op kwaliteit stuurt. Slechte spullen kun je immers geen vijf jaar servicen. Het zegt verder dat klanten langer met de installaties willen doen. We zien zelfs meer voorkomen dat men een modulaire installatie wil hebben, zodat die na een renovatie of verhuizing nog kan worden ingezet. Langere levensduur en inzet hebben een economisch voordeel, maar het is ook beter voor het milieu.”

Uitdaging

De markt vraagt steeds meer van partijen met een bewezen trackrecord van kwaliteit. Dat is exact wat STULZ biedt en men beschouwt zich daarmee als de one stop shop voor maatwerk. Kijkend naar marktontwikkelingen staan alle seinen op groen voor STULZ. Toch blijkt aan het eind van het gesprek dat Brouwer een echte uitdaging voor de hele keten blijft zien. “We leveren steeds efficiëntere producten. Alles is zoveel beter, zuiniger en stiller dan tien jaar geleden en toch is er nog steeds een grote uitdaging. Dat is de restwarmte. Het is zo zonde dat we er nog niet in geslaagd zijn daar een oplossing voor te vinden. Dat vind ik jammer. Maar ik blijf optimistisch en weet dat, als die oplossing er komt, daar voor STULZ een rol is weggelegd.”

[Dit artikel is eerder gepubliceerd in het Datacenter & Cloud Dossier 2018 van ChannelConnect]

Lees het artikel hier in PDF