Achtergrond: De overnamestorm gaat nog echt niet liggen

Nederlandse datacenters zijn koopwaar
De internationale datacentermarkt is duidelijk op overnamepad. Dat voelt de Nederlandse datacentermarkt aan den lijve. Neem de overname van de Telecity-datacenters door eerst Equinix en delen daar weer van door Digital Realty twee jaar geleden, of de recentere overname van EvoSwitch door Iron Mountain. Of het Duitse Maincubes dat de faciliteit van Interoute heeft gekocht. De koopwoede heeft alles te maken met de groeiende behoefte aan internationale spreiding en de beschikbaarheid van harde cash, terwijl de risico’s erg vallen te bezien.

Dat de koopwoede heerst, blijkt overduidelijk uit de cijfers. 2017 was een recordjaar voor wereldwijde overnames van datacenters, zo zag de Synergy Research group eerder dit jaar. In totaal ging het om wereldwijd 20 miljard dollar voor in totaal 48 transacties.

Dat zijn drie meer transacties dan gesloten in 2015 en 2016 tezamen. “Een belangrijke driver voor de colocatiemarkt is cloudcomputing”, zo schrijft John Dinsdale, chief analyst en research director bij Synergy, in een reactie aan het Datacenter & Cloud Dossier. “Het komt erop neer dat cloud, datacenter en colocatiemarkten steeds internationaler worden. En bedrijven die een leidende positie in die markten willen hebben, moeten een brede en geografisch gespreide voetafdruk hebben. Dat reflecteert de steeds internationalere aard van de grootzakelijke klantenbasis en ecosystemen waarin deze bedrijven opereren.”

Belangrijke spelers

Dat heeft de Nederlandse datacentermarkt, en specifiek die van Amsterdam geweten. Digital Realty, Iron Mountain en Maincubes zijn in één klap belangrijke spelers geworden. Het zal niet meer lang duren of ook Chinese spelers als Huawei en Alibaba zich gaan roeren. “Ondanks alle plaatselijke regelgeving rond data is public cloud computing een wereldwijde markt”, stelt Dinsdale. “Dit is een spel van schaal, en om de markt te leiden moet je grote investeringen blijven doen en een wereldwijde aanwezigheid en wereldwijd merk hebben.”

De specifieke populariteit van Amsterdam komt deels ook voort uit Brexit, zo zegt Frank de Frémery, Director bij AC Niellsen en als consultant onder meer betrokken bij de overname van het Interoute datacenter door het Duitse Maincubes. Hoewel het niet zo is dat klanten door de Brexit wegtrekken uit Londen, hebben de internationale spelers het sterke gevoel dat ze niet meer alléén in Londen zouden moeten zitten.

Datacenters zijn een veilige investering, want de klanten gaan ook na failissement nergens heen

“Datacenterleveranciers volgen hun klanten”, zegt hij. “Zij vertellen waar ze heen moeten. Dan kun je als bedrijf twee dingen doen: zelf gaan bouwen of overnemen.” Een voorbeeld van de eerste aanpak is dat van het Duitse e-Shelter, onderdeel van NTT, dat een gehele nieuwe faciliteit aan het bouwen is op Schiphol-Rijk. “Maar een Iron Mountain heeft een andere route gekozen en neemt een bestaande faciliteit over, inclusief de klantenbasis.”

Klantenbasis is belangrijk

Juist die klantenbasis is zo belangrijk. Hoe je een entree in een andere markt ook aanpakt, je kunt pas iets doen als je een basis van klanten hebt. In het voorbeeld van e-Shelter worden klanten van NTT naar het nieuwe datacenter gehaald. “De tijden dat je een datacenter bouwt en pas daarna naar klanten zoekt, zijn voorbij. Je moet minimaal één grote klant hebben voor je het project begint, je ‘anchor client’. Maar wie een datacenter overneemt, kan al rekenen op de bestaande klanten die het datacenter heeft. “Anders dan in andere branches zijn klanten niet zozeer gebonden aan het bedrijf, maar juist aan de locatie waar ze in zitten”, zegt De Frémery. Dat neemt een belangrijk deel van de risico’s weg, en maakt het kopen van een datacenter een aantrekkelijke optie ten opzichte van zelf bouwen.

Maar om te kopen is er, net als om te bouwen, veel geld nodig. En geld is er op dit moment genoeg in de markt. “De databranche is echt een nieuw investeringsobject geworden”, zegt De Frémery. “Grote pensioenfondsen en andere investeerders hebben de interesse om de stenen te kopen. Zij hebben enorme hoeveelheden geld. Dat moeten ze ergens stallen, maar het moet wel stabiel zijn omdat het om pensioenen gaat van mensen. Die fondsen kopen dan het datacenter en leasen het terug aan de operator voor bijvoorbeeld twintig jaar, want het gaat ze om de lange termijn.” Wederom komen we terug bij de klanten, want zij vormen eigenlijk het onderpand voor zo’n investering. “Als een operator failliet gaat, zijn de klanten niet meteen weg. Het is dan een kwestie om een nieuwe operator te vinden. Dat maakt de investering relatief veilig.”

Hoogtepunt van de markt

Dat verklaart waarom colocatiepartijen zo over de grens kijken, waarom Amsterdam veel aandacht krijgt en waar het geld vandaan komt. Maar dan is de vraag: waarom verkopen bestaande partijen in Nederland hun datacenter dan? Het antwoord is volgens De Frémery simpel: we zitten op het hoogtepunt van de markt. “De multiple is echt enorm. EvoSwitch kreeg een multiple van veertien keer.” Maar het is ook een kwestie van knopen tellen. “Als je niet groeit, ga je achteruit”, zegt De Frémery. “Steeds meer klanten verwachten tegenwoordig dat je twin-datacenters kunt leveren, en grote klanten dat je in meerdere landen aanwezig bent. Vroeger kon je je als datacenter nog richten op partijen in de regio. Maar ook die gaan tegenwoordig naar de cloud.” Het is dan een keuze of een kleine Nederlandse partij zich in dat geweld wil gaan mengen, terwijl een verkoop heel lucratief kan zijn.“Een partij als NLDC heeft een aantal datacenters verkocht en doet vervolgens een lease back. Die kan daar leuke dingen mee doen.”

Slecht voor Nederland?

Is deze ontwikkeling dan slecht voor Nederlandse datacenters? “Nee”, zegt De Frémery. Hij wijst erop dat met een overname ook meteen grote investeringen worden gedaan. “Kopende partijen gaan het allemaal niet runnen zoals het tot dan toe is gegaan. Zo heeft Maincubes meteen miljoenen geïnvesteerd voor een modernisatie van het pand dat zij van Interoute kocht. Ze kopen omdat ze denken dat ze het datacenter beter kunnen vullen en kunnen uitbreiden. Juist deze investeringen zijn waardevol en zorgen ervoor dat de Nederlandse datacentermarkt ook op technologisch gebied up to date blijft. Hiermee wordt ze nog aantrekkelijker voor buitenlandse investeerders en natuurlijk voor de uiteindelijke klanten die colocationruimte zoeken”, aldus De Frémery.

[Dit artikel is eerder gepubliceerd in het Datacenter & Cloud Dossier 2018 van ChannelConnect]

Lees het artikel hier in PDF