Achtergrond: Tijd voor een andere kijk op het buitenland

Nederland is hot als datacenterland maar….

Laat medewerkers van Nederlandse datacenters aan het woord en het zal er snel over gaan dat de hele wereld hier aanwezig wil zijn. Hyperscalers, internationale datacenterexploitanten, nationale en ook nog regionale aanbieders, iedereen bevindt zich schijnbaar midden in een interessante vraagmarkt. De vraag komt van nationale en regionale bedrijven die hier de data en applicaties willen onderbrengen. Het is een beeld waar een kanttekening bij hoort.

De afgelopen jaren is door het Datacenter & Cloud Dossier regelmatig gevraagd waarom Nederlandse bedrijven uit de sector niet zelf de vleugels uitslaan naar het buitenland. Als we goed zijn in het ontginnen van de eigen markt en zoveel internationale aandacht weten te trekken, waarom wordt dat kunstje dan niet in het buitenland herhaald?

Ontginning van het buitenland

Het antwoord op de vraag wás altijd dat de digitale ontginning van het buitenland op een veel lager niveau staat, de prijzen voor personeel en bakstenen er te hoog zijn en dat de vraag zo lastig in te schatten is. Als men zich al op het buitenland richt, dan is het om geïnteresseerden te overtuigen de digitale boedel in Nederland onder te brengen. Het zijn argumenten die anno 2018 nog steeds worden gehanteerd en niemand lijkt zich af te vragen of ze nog wel kloppen.

Tijd voor herijking

De geringe activiteit van de sector over grens verbaast, en onderzoek bevestigt dat het tijd is voor een forse herijking van alle bekende aannames. De aanname dat connectiviteit in het buitenland duur en lastig is zal door bijvoorbeeld NL-ix toch echt worden gerelativeerd. Ja, het kan duur zijn maar inmiddels is op veel plekken in Europa een goede netwerkinfrastructuur aanwezig is én concurrentie die voor neerwaartse prijsdruk zorgt. Over personeel en bakstenen kan een hoop worden gezegd, maar de Nederlandse situatie totaal negeren is ridicuul: aanbod en kosten van personeel en de schaarste van geschikte bouwlocaties zijn een serie serieuze struikelblokken voor datacenters in Nederland. En er is geen zicht op een structurele verbetering van die situaties.

Het is de combinatie van een lage stroomprijs, goede connectiviteit en goed personeel die Helsinki op de kaart zet

Met die kennis in het achterhoofd is met partijen contact opgenomen die de markt in Duitsland, het belangrijkste buurland en de grootste economie van de EU kennen. België is ook een buurland, maar tijdens alle gesprekken is tot op heden niet opgevallen dat een Nederlandse aanbieder van datacenterdiensten daar serieus naar kijkt. Dat laatste kan niet gezegd worden van het Verenigd Koninkrijk. Dat stond bij diverse partijen lang hoog op de lijst om  verder ontgonnen te worden. Brexit heeft daar echter dusdanig roet in het eten gegooid dat nu op een hele andere manier naar die markt wordt gekeken.

Eigen datacenter in Duitsland is nodig

Wat overblijft is de Duitse markt. Een Nederlandse aanbieder die daar iets over kan vertellen op basis van local presence is Systemec uit Venlo. Financieel directeur Sjoerd Derkx: “We zitten pal aan de grens en van het Verenigd Koninkrijk. Dat stond bij diverse partijen lang hoog op de lijst en als ik daar zou ophouden met het aanbieden van mijn diensten mis ik de helft van de cirkel die ik in gedachte trek.” Systemec heeft niet alleen business uit, maar ook letterlijk in Duitsland. Een derde datacenter in het Nettetal zorgt voor een grensoverschrijdend twin-datacenter. Daarmee onderscheidt het zich van alle andere Nederlandse datacenters langs de grens. Het bedrijf kan zo inspelen op de wens de data exclusief in het eigen land op te slaan en daar is volgens Derkx ook veel vraag naar. Internationaal opereren op basis van een datacenter alleen in Venlo is voor hem dan ook geen optie. Derkx stipt verder nog aan dat klanten voor wie de locatie van de data minder belangrijk is, colo in Nederland een goede optie is, vooral omdat er een prijsverschil is tussen de twee locaties. De hogere stroomprijs in Duitsland is daarvoor verantwoordelijk.

Stroomprijs medebepalend

De stroomprijs is ook een factor van belang in het aanbod van de bekende Duitse provider Hetzner. Het bedrijf heeft in het voorjaar van 2018 een eigen datacentercampus in Helsinki geopend. De klimatologische omstandigheden en de stroomprijzen zorgen ervoor dat Hetzner daar de diensten tegen een gunstiger tarief kan aanbieden dan in Duitsland. Christian Fitz, hoofd marketing bij Hetzner, vertelde dat een dedicated server in Helsinki euro’s per maand goedkoper is dan in Duitsland. In procenten uitgedrukt kan dat verschil, afhankelijke van het type server, oplopen tot tien procent van de maandelijkse factuur.

Fitz is ook gevraagd of Hetzner heeft overwogen naar Nederland te komen en daar een eigen datacenter te bouwen. Zijn antwoord was helder. Ja, er is gekeken naar meer landen in Europa, maar stroomprijs, connectiviteit en de vereiste skills zijn doorslaggevend geweest voor Helsinki. Hetzner, dat niet alleen Duitse ondernemingen en particulieren als klant heeft, maar juist ook internationale klanten, voorspelt trouwens dat Helsinki voor veel klanten de primaire locatie gaat worden.

De combinatie bepaalt

Systemec en Hetzner zijn twee totaal verschillende bedrijven, maar op een vraag geven ze hetzelfde antwoord. Voor de stroomprijs is Duitsland niet de beste locatie en dat zorgt voor migraties naar andere landen, tot zover de bedrijfsvoering dat toestaat.

Het idee dat arbeid en bakstenen elders duur zijn zonder naar de Nederlandse situatie te kijken is ridicuul

Wie echter denkt dat Nederland van die hoge Duitse stroomprijs gaat profiteren wordt door Hetzner de les gelezen. Het is de combinatie van een lage stroomprijs, goede connectiviteit en goed personeel die Helsinki daar op de kaart heeft gezet. Dat moet toch wel aanleiding zijn het beeld dat de Nederlandse sector van zich zelf en de markt heeft bij te stellen.

Conclusie

Op basis van verouderde aannames en kennis handelen is onverstandig. De nieuwste zeekabels komen niet meer bij Cadzand in Europa. Het zijn de regio’s Esbjerg en Marseille die ervoor zorgen dat er de komende jaren heel wat zal veranderen in het datacenterlandschap. Voor de Nederlandse datacenters is vooral de Oostzeeregio relevant. Wat daar de combinatie van goede, gunstige energie, moderne connectiviteit en arbeidsmoraal mogelijk maakt, moet hier leiden tot een andere kijk op het buitenland en de eigen USP’s.

De connectie-ontwikkelingen staan overigens bij partijen als NL-ix en Bytesnet goed op het netvlies. Maar wie naar de andere componenten van de combinatie kijkt, is tijdens de afgelopen periode onduidelijk gebleven.

[Dit artikel is eerder gepubliceerd in het Datacenter & Cloud Dossier 2018 van ChannelConnect]

Lees het artikel hier in PDF