Achtergrond: Dreigt er een stroomtekort of speelt er wat anders?

Tijdens het Datacenter Summit is door meerdere aanwezigen gewezen op de stroomvoorziening voor de sector. Later verscheen een publicatie, naar het schijnt uit naam van de sector, waarin wordt gewaarschuwd voor een stroomtekort. En begin deze maand liet het CBS weten dat Nederland de laatste periode meer elektriciteit dan ooit tevoren heeft ingevoerd. Wat is er aan de hand met de stroomvoorziening in het land?

 

 

Een van de bevindingen van het Datacenter Summit is dat het thema stroomtekort complexer is dan op het eerste gezicht lijkt. Zo is door bijvoorbeeld Gerben Ouwens van The Green Bay aangeven dat in Zeeland van krapte, laat staan tekorten, totaal geen sprake is. Ecoracks herkende het wel van andere bedrijventerreinen in Eindhoven, maar op de eigen locatie is het geen issue. In de 24 regio’s waar Alticom de mediatorens exploiteert is het evenmin een heikel thema. De sprekers met datacenters in de regio Amsterdam hebben wel een ander geluid laten horen. Zij hebben aangegeven dat het lastig, tot onmogelijk is, bestaande locaties verder uit te breiden of nieuwe locaties te openen omdat er te weinig stroom voorhanden is.

Bottlenecks

Daarmee is er een eerste nuancering die in de artikelen die in de pers over het onderwerp zijn verschenen ontbreekt. Frank de Frémery heeft daar het volgende over gezegd: “Er is geen sprake van schaarste, er is stroom genoeg. Er is een mismatch, want er is geen stroom aanwezig waar de sector wil bouwen en uitbreiden.” Jaak Vlasveld heeft dat punt tijdens de summit verder uitgelegd. Het grootste pijnpunt zit volgens hem in de onderstations. Die zijn op de bekende hotspots van datacenters maximaal belast. “De bouw van een nieuw station vereist vergunningen en het aantal gemeentes dat voldoende kundige ambtenaren heeft om de aanvragen te behandelen en begeleiden is gering. Als de vergunningen rond zijn dan is de volgende horde het tekort aan gekwalificeerd personeel dat de werkzaamheden mag uitvoeren.” Vlasveld schetste daarmee een breder beeld. In de gebieden waar sprake is van concentratie van grotere stroomverbruikers is er sprake van meerdere bottlenecks met de bekende gevolgen.

Minder belichtte aspecten

Als het bij deze constatering zou blijven is er alle reden de ‘noodkreet’ van de sector serieus te nemen. Er zijn echter aspecten die de oproep vertroebelen. Daarvoor is het nodig goed naar de spelers te kijken. Op veel plekken is te horen dat bestaande datacenterexploitanten over aanzienlijk reserves aan stroomcapaciteit beschikken. Ze hebben afspraken gemaakt met de energieleveranciers en de infrastructuur is ook aanwezig. Die reserveringen zijn uit bedrijfskundige overwegingen te verdedigen. Net als grond die is gekocht, maar die braak blijft liggen, geeft het de mogelijkheid betrekkelijk snel uit te breiden als de tijd rijp is. Er is echter een verschil tussen eigen grond die niet wordt bebouwd en energie die niet wordt afgenomen. In het laatste geval moeten de leveranciers die capaciteit namelijk wel beschikbaar houden.

Het thema stroomtekort is complexer dan het op het eerste gezicht lijkt

Dat tijdens de interviews voor het Datacenter & Clouddossier 2018 door meerdere partijen is gesuggereerd dat daarmee de markt wordt gestuurd is een punt dat vermeld moet worden. Ook zijn signalen opgepikt dat in de regio Amsterdam het hamsteren van capaciteit inmiddels aan banden is gelegd of gaat worden. Of hier sprake is van ingrijpen om kunstmatige verkrapping, waarmee nieuwe toetreders worden afgeremd, of om de prijzen te verhogen tegen te gaan is een vraag die nog onderzocht kan worden.

Speciale rol energiecentrale Hemweg

En dan is er nog een bijzonder aspect in de discussie over stroom voor datacenters en dat betreft de energiecentrale aan de Amsterdamse Hemweg. Dat is een installatie met een capaciteit van 630MW. Er is een lokale politieke meerderheid voor het sluiten van de Hemweg 8, dat is de installatie die kolen verstookt. De aardgasgestookte Hemweg 9, met een capaciteit van slechts 435MW, kan dat nooit compenseren.

Er is stroom genoeg, maar er is een mismatch

Het lijkt terecht dat een deel van het bedrijfsleven in de regio Amsterdam zich zorgen maakt of het uitfaseren van Hemweg 8, voordat er de garantie is dat dit niet tot verstoringen of tekorten in het aanbod gaat leiden, wel een goed idee is. Dat die zorgen doorsijpelen tot de datacentersector is begrijpelijk. Elke datacenterexploitant of -bouwer wil immers weten of hij geen onnodig risico neemt door in een gebied aanwezig te zijn waar de energievoorziening onder druk kan komen te staan door het verminderen of wegvallen van capaciteit.

Marketing

De specifiek op de regio Amsterdam betrekking hebbende zorgen leiden tot de vraag: waarom wil iedereen dan in Amsterdam zijn? Ook hier zijn het marktkenners als De Frémery, die daar een helder antwoord paraat hebben. “Iedereen wil in Amsterdam zitten en dat is deels het gevolg van de marketing.” Jarenlang is ingezet op het benadrukken van de USP’s van eerst de stad en tegenwoordig de regio Amsterdam. Het gevolg daarvan is dat ‘het buitenland’ niet verder kijkt dan een staal van misschien 25 km rond het stadscentrum. Zelfs datacenters die echt in de regio zitten hebben bijgedragen door te melden dat ze op ‘slechts x kilometer van Amsterdam zitten’ of over ‘additionele connectiviteit en datacenterruimte in Amsterdam beschikken’. Partijen als Ecoracks die alleen naar de eigen regio kijken, Bytesnet dat heel hard in de regio Groningen aan de weg timmert en vandaar naar Duitsland en Denemarken kijkt of Serverius dat al jaren een eigen positie claimt, zijn de uitzonderingen op die regel.

Conclusie en advies

De conclusie is dat de sector toch vooral ook de hand in eigen boezem moet steken als het over het vermeende stroomtekort in de regio Amsterdam gaat. Vermeend, want niets wijst erop dat de combinatie van eigen productie, import en enige regulering onvoldoende is om aan de marktvraag te kunnen voldoen.

Het is meer een kwestie van betere regie en daarbij hoort ook ingrijpen. Ingrijpen in de gewoonte te hamsteren en bij de lange doorlooptijden is een taak voor de overheid. Zorgen dat de rest van de wereld leert dat de digitale delta het gebied van de Eems-monding tot de Schedeldelta omvat is een taak die vooral de sector op zich moet nemen. Dat zal niet iedereen leuk vinden, maar uiteindelijk is dat wel in het belang van de hele sector en alle klanten, niet van slechts een subset langs de ring A10.

[Dit artikel is eerder gepubliceerd in het Datacenter & Cloud Dossier 2018 van ChannelConnect]

Lees het artikel hier in PDF