Datacenter Summit 2018 in het teken van echte veranderingen en serieuze vraagstukken

In het hoogste bouwwerk van Nederland heeft ChannelConnect afgelopen april zijn ChannelConnect Datacenter Summit 2018 georganiseerd. Alticom, uitbater van de bekende zendmast bij Lopik, stelde daarvoor de unieke vergaderruimte op grote hoogte ter beschikking. Zes datacenters, een leverancier van connectiviteit en twee vertegenwoordigers van belangrijke kennisplatforms spreken tijdens de ronde tafel vrijuit over onderwerpen die de sector aangaan.

 

In tegenstelling tot vorige edities is dit jaar bij de selectie gelet op een optimale mix van spelers met een Nederlandse footprint. Tweede belangrijke verschil is de bredere scope. Zo is DCSpine als vertegenwoordiger van connectiviteit present, evenals de brancheverengingen Nederland ICT en Green IT Amsterdam.

State of the art of proven technology

De ontmoeting trapt af met een bespreking over techniek. Want waar kiest het datacenter van nu voor: state of the art, of bewezen technologie? En is dat uit overtuiging, of omdat de klanten er specifiek om vragen? Hoe verhoudt dat zich met de betrouwbaarheid en duurzaamheid van de faciliteiten? Een goed startpunt die aanknopingspunten biedt voor andere uitdagingen als verduurzaming. Jaak Vlasveld van Green IT Amsterdam merkt meteen op dat de op het eerste gezicht technische ontwikkelingen als meer schaalbaarheid niet los kunnen worden gezien van duurzaamheid. Dat is een proces waarbij de sector blijft zoeken naar nieuwe technologieën en samenwerkingsverbanden.

Gregor Snip van Switch liet zijn voorkeur voor state of the art blijken en voegt eraan toe dat die keuze noodzakelijk is om efficiënt, schaalbaar en met weinig onderhoud te opereren. Vanuit zijn ervaring met het Open Compute Project (OCP) merkt hij echter op dat het idee dat hyperscalers per definitie state of the art toepassen onjuist is. Voor dat type datacenters gelden namelijk andere eisen. Jan Michiel Berkel (DC Spine) laat vanuit het perspectief van netwerk en connectiviteit ook een interessant geluid horen: “Hoewel state of the art als begrip vaak wordt gebruikt, zien wij dat betrouwbaarheid hoger op de lijst staat. Dat verklaart de grote voorkeur voor proven technology, maar dan tegenwoordig wel met de aanvullende eisen dat het flexibel en schaalbaar moet zijn.

Gerben Ouwens van The Green Bay, een datacenter waarvan de eerste paal nog de grond in moet, kan zich in de antwoorden van de eerdere sprekers vinden. Hij voegt daar een belangrijk begrip toe: het uiteindelijke doel.

Bij duurzaamheid hoort wel de belangrijke opmerking

“De keuze die een datacenter maakt moet een doel dienen. Daarbij is de klantwens bepalend. Als hij voor 100 procent betrouwbaarheid gaat, zal de nadruk op iets anders liggen dan de kostenbesparing.” De anderen, zoals Gijs van Gemert (Serverius), stippen aan dat state of the art vooral een marketingkreet is. “Klanten willen eerst en vooral dat je kwaliteit levert. Ze vragen niet om het nieuwste van het nieuwste. De groep die dat zoekt slaat, net als de groep die de laagst mogelijke prijs zoekt, Nederland over.” Daarop inhakend noemt Lizette van Broekhoven dat Ecoracks een marktsegment bedient waar de klant een duidelijk idee heeft over kwaliteit, maar zich bij state of the art weinig kan voorstellen.

Aansprekend zijn

Frank de Frémery (AC Niellsen) neemt een andere positie in door een lans te breken voor state of the art. “Je moet dat niet per se afwijzen, al was het alleen maar omdat millennials verwachten omringd te worden door de nieuwste technologie. Dat werkt ook door in de datacentersector. Daar moet je open voor staan en in mee gaan, anders spreek je die groep als klant en als personeel onvoldoende aan.” Die uitspraak blijkt een snaar te raken. Gijs van Gemert constateert dat profilering met efficiënte stroom en koeling weinig zin heeft omdat het gewoon saaie business is. Zorgen dat het werkt is het enige dat telt. Berkel steunt dat en wijst erop dat de infrastructuur op veel plekken al lang beschikbaar is. Dat verander je niet zomaar en het wordt er zeker niet sexy door. Wat wel kan, is de bediening te vereenvoudigen en in te spelen op de cloudvereisten van flexibiliteit en schaalbaarheid. Dat is veel belangrijker en ook het te volgen pad voor andere delen van de keten.

Klantvraag en duurzaamheid

Na de behandeling van flexibiliteit, schaalbaarheid en degelijkheid gaat het gesprek over duurzaamheid. Hoe belangrijk is dat in de praktijk? De antwoorden lopen uiteen. Snip haalt een van de voordelen van OCP aan. Die architectuur maakt het mogelijk hardware op grote schaal te recyclen. Dat komt onder andere doordat servers geen aparte voeding meer hebben en stroom direct vanaf het rack komt. Dit soort innovatieve standaarden werkt als een mes dat aan twee kanten snijdt. Het helpt de sector verder te verduurzamen, het zorgt voor een efficiëntere business en lagere kosten voor aanbieder en klant. Andere deelnemers laten doorschemeren dat ze allemaal met groen te maken hebben omdat het als vereiste staat in tenders en aanvragen. De prettige realiteit daarbij is dat niemand deals misloopt door een gebrek aan groen.

Nieuwe MJA

Bij duurzaamheid hoort wel de belangrijke opmerking, Jaak Vlasveld en Alex de Joode wijzen op de verdere aanscherping van het milieubeleid in Nederland. De doelstellingen van de, mede door Nederland ICT opgestelde MJA, zijn voortijdig behaald. Hierdoor kan er eerder dan gepland een opvolger komen. Hierin zal het energieverbruik van kantoren veel aandacht krijgen. De verplaatsing van on premise naar off premise (of de cloud) zal daardoor waarschijnlijk een forse boost krijgen. Tegelijk zal het tot hernieuwde belangstelling in de markt leiden en de vraag hoe groen de datacenters zijn waarheen men migreert.

Wat is regionaal?

De vraag of de klant nog steeds een voorkeur heeft voor een regionaal datacenter levert uiteenlopende reacties op. Van Gemert, met datacenters in Meppel en Dronten, snapt niet waarom die vraag anno 2018 nog steeds wordt gesteld. In zijn optiek krimpt de markt voor aanbieders die alleen de directe omgeving voorzien van datacenterdiensten. Daarnaast is er de al eeuwenoude vraag wat regionaal is. “Onze locaties zijn ver weg van Amsterdam, dus wat dat betreft zitten we in de regio. Negentig procent van mijn klanten komt van buiten Nederland en hen interesseert de vestigingsplaats totaal niet. Dat speelt geen rol voor ze; ze willen dat de afgenomen diensten doen wat ze horen te doen.”

Ouwens herkent dat standpunt. “We zitten naar Nederlandse begrippen heel erg in de regio, maar voor de toekomstige klanten is Zeeland op amper twee uur rijden van Schiphol dezelfde regio als Amsterdam.” Voor Berkel is dat reden te pleiten voor meer duidelijkheid. “Als we het begrip regionaal gebruiken, moeten we als sector duidelijker maken wat we er zelf onder verstaan. Er zijn volgens mij twee mogelijkheden. We bedoelen ermee de fysieke vestiging van elk datacenter buiten de metroregio Amsterdam, of we bedoelen dat het datacenter klanten uit de directe omgeving bedient.” Dat laatste is de positionering van Ecoracks, dat de eigen regio als belangrijkste markt beschouwt.

Impact van cloud

Uiteraard staat ook cloud op de agenda. Snip reageert hier als eerste. “De impact van cloud is duidelijk. Wij hebben steeds meer cloudproviders als klant en eindgebruikers wordt minder.” Ouwens knikt. “Dat is een geluid dat ik vaker opvang en waardoor wij ons de vraag stellen of wij colo gaan aanbieden en zo ja voor hoe lang. Ik schat dat wij maximaal dertig procent van de capaciteit als colo kunnen verhuren. De overige zeventig procent zal een cloudbestemming krijgen.” Gastheer Robin Verlangen laat zich niet in de kaarten kijken voor de verhouding colo-cloud in de torens van Alticom. Dat ook hier cloud sterker groeit dan colo wordt evenwel duidelijk. “Cloud wordt echt steeds meer omarmd. Tegelijk weten en horen we dat niet alles in de cloud kan, zeker niet in de publieke cloud. Daarom is er zo’n sterke vraag naar hybride oplossingen.”

Alex de Joode (Nederland ICT) benaderde de vraag op een andere manier. Onder de leden van Nederland ICT zitten niet alleen de cloudaanbieders, maar ook heel veel zakelijke cloudgebruikers. “Voor het mkb is cloud dubbel ontzorgen. Ze hebben geen hardware meer te managen en het veiligheidsvraagstuk is ook geregeld. Dat ze daarbij gefaseerd overgaan en eerst van on premise naar een lokaal datacenter en weer een paar jaar later stapsgewijs naar cloudomgevingen is een tendens die we duidelijk waarnemen.”

Waar alle deelnemers het over eens waren, is dat de kennis over cloud, inclusief de kosten, steeds verder toeneemt. Het is een van de punten waarop het Datacenter Summit 2018 zich onderscheidt van de vorige edities. Men leek eensgezind bij de opmerkingen dat cloud vaker dan gedacht duurder is dan de voorgaande oplossingen. Of de sector daar eerlijker over moet communiceren, blijft tijdens de discussie boven tafel zweven. Dat hier een belangrijk punt wordt aangesneden, is iedereen duidelijk.

Brexit

Bij het volgende thema, Brexit, is de stemming aan tafel totaal anders dan vorig jaar. De contingencyplannen bij de grote bedrijven – denk aan de financials – zijn uit de kast getrokken en dat zorgt voor de nodige reuring in de markt.
Er zijn ook al echte Brexit-ervaringen die worden gedeeld. Het duidelijkste voorbeeld is Serverius waar ze inmiddels een fysieke verhuizing van hardware van een Brits datacenter naar de eigen omgeving hebben gefaciliteerd. Bij de andere datacenters is het wat minder spectaculair, maar iedereen geeft aan meer Brexit-gerelateerde aanvragen en business te krijgen. Het was De Joode die dat het beste kon verklaren. “Brexit betekent dat, naar het zich laat aanzien, de veiligheid en integriteit van data van EU-burgers niet gegarandeerd kan worden. Dat dwingt alle bedrijven, dus niet zoals vaak wordt beweerd alleen de banken, data te gaan scheiden. Data van Britse burgers kunnen blijven, die van EU-burgers moeten het land uit omdat er zeer waarschijnlijk niet langer aan de AVG/GDPR-eisen voldaan kan worden.” Dat is de reden waarom er sprake is van meer vraag naar datacenterruimte in de Nederland.

Goede kaarten en bottlenecks

Brexit is daarmee op papier een geschenk voor de Nederlandse datacenters. Dat iedereen zijn EU-data uit Londen haalt om vervolgens hier neer te zetten is voor De Frémery echter geen uitgemaakte zaak. “De strijd zal vooral gevoerd worden tussen de metroregio Amsterdam, Parijs, Frankfurt en in mindere mate Dublin.” Wat Frankfurt voor heeft is dat het een hotspot is van financials. Er is echter geen stroom en ruimte meer beschikbaar. Parijs heeft dat wel, maar de spraak- en cultuurbarrière is daar een punt. Dublin is voor met name de echte cloudomgevingen een goede uitwijkplaats. Amsterdam heeft op papier dus goede kaarten. Toch is dat iets waar niet alleen door De Frémery de nodige vraagtekens bij werden gezet. “Het is lastig om in Amsterdam nog stroom te krijgen en beschikbare vloerruimte is op dit moment schaars.” Die constatering werd gecorrigeerd door zowel Van Gemert, Snip en Vlasveld. De eerste merkten op dat in Nederland veel datacenterruimte leeg staat. Vlasveld legt uit dat het tekort aan stroom in Amsterdam twee redenen heeft. De eerste is dat er veel capaciteit is gereserveerd die niet wordt afgenomen en niet mag worden vrijgegeven. Het is geen echte schaarste in aanbod, maar vooral een distributieprobleem.

Werkgelegenheid

De vraag naar kundige medewerkers in de sector is hoger dan het aanbod. Aan tafel zijn twee partijen die daar vooralsnog weinig last van hebben. Ecoracks uit Eindhoven heeft bewust een kleine omvang en The Green Bay komt in een regio waar het aanbod van goed personeel ruimer is dan verwacht. Dat laatste is een situatie die anderen maar al te graag zien, maar helaas hebben die met een andere realiteit te maken. Zoals Van Gemert al eerder in het gesprek had aangegeven, is een deel van het werk in een datacenter eerder saai dan sexy. Om daar de juiste mensen voor te vinden die je ook langer aan je kunt binden is erg moeilijk. De Frémery merkt op dat het ook lastig is personeel te vinden dat met colo bezig wil zijn. “In de regio Amsterdam stikt het van de vacatures voor coloverkopers, maar niemand wil dat nog doen.” Wat verder een rol speelt is dat partijen als AWS, maar ook Booking, salarissen bieden die voor de reguliere datacenters niet op te brengen zijn. “Ik zou daarvoor mijn prijzen moeten verhogen, wat in een uiterst competitieve markt onverstandig is”, liet Van Gemert weten.

Er zijn ook al echte Brexit-ervaringen die worden gedeeld

Kwaliteit van het aanbod baart ook de nodige zorgen. Iedereen aan tafel is ontevreden over het onderwijs en daarmee de bagage die nieuwe toetreders op de arbeidsmarkt bij zich hebben. De Joode rekent voor dat het Nederlandse onderwijs ‘een mammoettanker’ is die pas over tien jaar kan voorzien in een diploma dat voldoet aan de eisen en wensen die de ICT-sector nu heeft. Het stemt somber te horen dat Nederland daardoor een goede positie op de internationale markt verliest.

Lichtpuntjes voor de arbeidsmarkt

Toch zijn er ook twee lichtpuntjes. De Frémery wijst op de vluchtelingen die in Nederland een nieuw moederland hebben gevonden. Daar zit de nodige potentie waar de hele IT-sector, niet alleen de datacenters, veel meer gebruik van kan maken. Het andere lichtpuntje, op een andere manier gebracht, komt van De Joode: “Er zijn veel te weinig vrouwen in dit deel van de ICT-sector actief. We laten als bedrijven vijftig procent van de arbeidsmarkt schieten en dat is een slechte zaak. Waarom spannen we ons niet meer in die voor deze sector te interesseren?” Van Broekhoven laat weten dat haar poging een datacenter gerund door vrouwen te starten bij gebrek aan animo nog niet van de grond is gekomen. Het is een luchtige noot, maar ook een duidelijk signaal.

Afrondend

Met die constatering loopt de ronde tafel ten einde. Zoals gebruikelijk kan iedereen nog een keer het woord nemen. Vlasveld doet dat met een claim en een waarschuwing. “De hele stack, van stroom tot applicaties in Nederland is goed. Maar we moeten de ogen niet sluiten voor de concurrentie elders in en buiten Europa.”
De Joode noemt ICT-sector de derde delta van Nederland. Een sector die voor de omvang van het land buitengewoon groot en belangrijk is. Om die positie te behouden moeten de handen uit de mouwen. Van Gemert spreekt over dat Nederland meer over de grens moet kijken en meer moet doen dan alleen maar energie stoppen in de theorie en praatclubjes. Verlangen wil de handschoen naar het onderwijs werpen. “Als we de huidige positie willen vasthouden en uitbouwen moeten we de jeugd, jongens en meisjes, meer en beter aanspreken. Dat moeten we nu doen ook al levert dan niet van vandaag op morgen resultaat op. Niets doen is ook geen optie”.

Aan de 2018 Datacenter Summit met gespreksleider Rashid Niamat werd deelgenomen door:
Jan Michiel Berkel – DC Spine
Lizette van Broekhoven – Ecoracks
Frank de Frémery – AC Niellsen
Gijs van Gemert – Serverius
Alex de Joode – Nederland ICT
Gerben Ouwens – The Green Bay
Gregor Snip – Switch Datacenters
Robin Verlangen – Alticom
Jaak Vlasveld – Green IT Amsterdam

Bekijk hier de video van de Datacenter Summit:

[Dit artikel is eerder gepubliceerd in het Datacenter & Cloud Dossier 2018 van ChannelConnect]

Lees het artikel hier in PDF