Datacenter Summit 2017: Nog steeds een echte Europese gateway

Datacenter Summit 2017 over de kracht van Nederland in het datacenterlandschap

De NL datacentermarkt is een beetje als onszelf; optimistisch, niet te formeel in het contact, maar wel erg technisch ingestoken en gefocust op de toekomst. Iets waar de deelnemende bedrijven zelf maar wat graag de nadruk op leggen tijdens het Datacenter Summit op 24 mei 2017. Duidelijk werd hoe Nederlandse managers van enkele van de belangrijkste partijen denken over zichzelf, de markt en de rest van Europa. Van GDPR tot Brexit en van Scandinavische prijsvechters tot aartsrivalen Duitsland en Frankrijk, allemaal kwam het op die zonnige middag langs op landgoed Oudegein.

Het Datacenter Summit is na de Distributeurs Summit en de VoIP & Telecom Summit eerder in het jaar de derde branchetop die uitgever Sellair op Landgoed Oudegein organiseerde met deelnemers uit de volledige breedte van het marktsegment. Van een Enschedese lokale speler tot de high-end datacentercomplexen die voorheen de KPN-vlag voerden. Met DCValley is zelfs een datacenter vertegenwoordigd dat nog moet worden gebouwd. Na het welkomstwoord van directeur en uitgever Eric Luteijn van Sellair en een introductieronde gingen de deelnemers zelf los in een brede discussie met heel veel verschillende invalshoeken. Niet vreemd, want het gesprekkenpallet was even kleurrijk als het deelnemersveld.

ChannelConnect-Vincent-Wammes-DC-Valley
Vincent Wammes

Het is duidelijk dat het gesprekkenpallet kleurrijk zal zijn. Al bij de vraag of ze het Nederlandse datacenterlandschap één woord willen vangen, lijken de meningen verdeeld te zijn. Alleen het woord ‘knooppunt’ valt twee keer. Toch blijkt bij beschouwing er overlap te zijn. Amsterdam, connectiviteit en internet gaan immers hand in hand met de term knooppunt, al verschillende de meningen over de details. “Nederland heeft een uitstekende infrastructuur als het gaat om verbindingen en Nederlandse datacenters kennen daarnaast een hoge kwaliteit aan andere basisvoorzieningen en personeel. Juist door die combinatie zijn Nederlandse datacenters zo aantrekkelijk en hebben we veel hoogwaardige klanten”, zegt marketing & sales director Robin Verlangen van Alticom. Bij het woord hoogwaardig geeft hij een knipoog naar de speelse verwijzing naar de bekende ‘datatorens’ die Alticom uitbaat. “Daardoor hebben we ook veel hoogwaardige klanten. Je kunt vanuit Amsterdam makkelijk de hele wereld bereiken.”

 

Concurrentiepositie

ChannelConnect-Roland-Kamphuis-InterDC
Roland Kamphuis

Daarover zijn er echter ook kritische noten. Sales director Jeff Scipio van het internationaal opererende Claranet vindt bijvoorbeeld dat de nadruk op locaties in Europese context er weinig toe doet. “Nederland heeft geen unique selling point”, zo zegt Scipio scherp.

Met GDPR maakt het juridisch hoe dan ook veel minder uit, omdat de regelgeving daardoor is geharmoniseerd. Het is mede ook daardoor dat een gebied als Scandinavië in de toekomst kan gaan concurreren. De deelnemers maken zich er geen zorgen over, omdat de infrastructuur in Nederland zo ver voorloopt en knooppunten koning blijven.

Toch wordt er even geslikt bij de opmerking van een moderator dat Zweedse datacenters sinds dit jaar omgerekend nog maar 0,0006 dollar aan stroombelasting betalen. De kosten vallen daardoor fors lager uit, waarbij ook nog moet worden aangetekend dat 65 procent van de Zweedse elektriciteitsproductie uit duurzame bronnen komt. Maar, zo lijkt ook de consensus tijdens de Summit, Nederland is nooit een prijsvechter geweest en moet het hebben van moderne faciliteiten en lage PUE-waardes.

ChannelConnect-Jeff-Scipio-Claranet
Jeff Scipio

De centrale rol van de hoofdstad betekent ook niet dat andere gebieden in Nederland er niet meer toe doen. Het zegt genoeg dat vertegenwoordigers uit Alblasserdam (Dataplace),
Enschede (InterDC) en Groningen (Datacenter Groningen) zijn aangeschoven. De verbindingen zijn immers van hoge kwaliteit en Nederland is eigenlijk net zo groot als Londen. “Alle datacenters in Nederland zijn zowat gecommoditised”, merkt managing director Vincent Wammes van DCValley op. “Je kan bijna geen slecht datacenter meer bouwen. In 2005 bestond een presentatie van de baas uit veertig slides, waarvan 35 over de techniek en UPS-systemen. Dat doen we allang niet meer.” Toch blijft Amsterdam een belangrijk selling point, vooral voor buitenlandse klanten.

 

‘De keten moet helemaal mee in groen’

ChannelConnect-Robin-Verlangen-Alticom
Robin Verlangen

Maar juist die klanten raken volgens de deelnemers steeds beter geïnformeerd. Natuurlijk, de eis dat een datacenter boven NAP moet staan, doen enkelen van de deelnemers af als overdreven. Maar accountmanager Paul Faas van Dataplace begrijpt het wel. “Je hebt er altijd één iemand bij die risico-inventarisatie doet. Dan komen nou eenmaal dingen voorbij waarbij je je afvraagt of ze zich daar echt nog druk om maken.” Wammes vult dat aan: “Die discussies kun je winnen. De meesten hebben geen problemen met Amsterdam. Maar ik heb klanten gehad die nog steeds denken dat de zee hier naar binnen kan rollen.” Daarbij komt dat Nederland geen last heeft van zware aardbevingen, tsunami’s of ander natuurgeweld waar heel veel landen van buiten Europa wel last van hebben.

‘Alle datacenters in Nederland zijn zowat gecommoditised’

ChannelConnect-GJHuizer-NLDC
Gert-Jan Huizer

De klacht over de lage ligging van Nederlandse datacenters doet zich echter steeds minder vaak voor, zo lijken de deelnemers te kunnen concluderen. Een ander voorbeeld van de groeiende kennis bij klanten, is dat certificeringen veel minder als richtlijn worden gehanteerd. De reden is volgens country operations manager DCS Ben Timmer van Colt Technology Services dat duidelijk is dat certificeringen vooral een momentopname zijn. “Niemand vraagt er meer om! Een eigen infrastructuur, eigen fiber, redundant, in eigen gebouw, eigen carrierroom, enzovoorts. Daar applaudisseren klanten voor.” Director Frank de Fremery van maincubes wil niet zo ver gaan en noemt de certificeringen een ‘tick in the box’. Mooi meegenomen, maar niet doorslaggevend. Bijkomend probleem is, volgens VP Sales van Gert-Jan Huizer van NLDC, dat de certificeringswereld ongelooflijk ondoorzichtig is. “Maar je kunt Tier IV nog wel degelijk noemen in je verkoopverhaal.” Tier IV is in Nederland voorbehouden aan de grootste datacenters, waaronder van NLDC die voormalige faciliteiten van KPN onder zijn hoede heeft. Het is dus wel degelijk een punt van onderscheid en certificeringen zijn dus absoluut geen commodity.

Mondige klanten

ChannelConnect-Frank-de-Fremery-ACNielsendataCenters
Frank de Fremery

Een ander onderwerp waar datacenters zeker de laatste jaren sterk mee te maken hebben, is de sterke consolidatie in de hardware-markt. Kleine technologieleveranciers worden erg snel opgekocht door grote leveranciers als HPE en Dell. Een van de gevolgen die eigenaar en directeur Roland Kamphuis van het Enschedese InterDC ziet, is dat vooral kleinere klanten moeite hebben bepaalde functies in hun ICT-omgeving in te passen terwijl ze heel goed weten wat mogelijk is. “Bij een aantal klanten zie je dat ze erg geconcentreerd zijn op één merk. Ze kopen alles van HP in, of alles van Dell”, zegt hij. “Maar je hebt ook klanten die dat wel willen, maar al snel een los component zien dat ze niet kant-en-klaar van ze kunnen inkopen. Ze weten dat ze meer kunnen.”

 

Faas van Dataplace merkt op dat de kennis over dit soort integraties prima tussen klanten te delen is. “Maar als het gaat om de stroomvraag, dan verwachten ze toch echt dat jij de expert bent. Ze willen daar advies over, en schattingen krijgen over hoeveel hun opstelling gaat kosten.” Het stijgende kennisniveau betekent echter ook dat een arrogante houding, ‘Ik weet wel hoe het moet’, niet langer kan en de doodsteek kan betekenen voor het klantcontact.

‘VOC-mentaliteit gecombineerd met presence is sterke USP’

ChannelConnect-Ben-Timmer-Colt
Ben Timmer

Met het stroomverbruik zit het volgens de deelnemers hoe dan ook wel goed. De opmerking wordt gemaakt dat de nieuwere Nederlandse datacenters in de regel een PUE-waarde van 1.2 nastreven, terwijl waarden van 1.7 of 1.8 in sommige andere landen nog heel gewoon zijn. Ook andere ‘groene’ ingrepen zijn ondertussen populair. Maar gewaarschuwd wordt wel dat ‘groen’ niet per se de kosten drukt. “Wij zijn bezig met een project in Aalsmeer”, vertelt Huizer van NLDC. “Daarbij bieden we restwarmte voor een woonwijk. Als je alleen zou kijken naar het financiële plaatje, dan hoef je het niet te doen. Maar je krijgt er wél meer klanten mee omdat het enorme PR in de regio genereert. Het is een gespreksonderwerp aan tafel met wethouders en ondernemers.” Vincent Wammes ziet ook duidelijk een politiek concept. “Het is ook een deel zelfregulering. Als wij het niet doen, dan kan het door de politiek worden opgelegd.” Als laatste speelt echter wel degelijk een stukje idealisme een rol. “Er zijn wel degelijk bedrijven die wel degelijk maatschappelijk belang hebben bij groen”, zegt directeur Andrew van der Haar van Datacenter Groningen en de Fibre Carrier Association. “En daar staat het ook hoog op de lijst. Daar moet je in de keten helemaal in mee.”

En de USP is…

ChannelConnect-Paul-Faas-Dataplace
Paul Faas

Een grote onzekere factor die voor nieuwe marktkansen kan zorgen, is natuurlijk de Brexit. Bedrijven willen immers hun gegevens zoveel mogelijk binnen de Europese Unie houden. Knooppunt Londen kan daaronder lijden. “We zijn heel druk bezig om ervoor te zorgen dat klanten hun data daar opgeslagen krijgen waar ze die opgeslagen willen hebben”, zegt Scipio van Claranet. Ze willen het mede steeds minder in een Londens datacenter hebben. Frank de Fremery merkt hierbij op dat het twee kanten opwerkt. Klanten die veel in het Verenigd Koninkrijk actief zijn, kunnen door Brexit juist ervoor kiezen om náár Londen te gaan.

‘Certificeringen zijn een tick in the box’

ChannelConnect-Andrew-vd-Haar-Datacenter-Groningen
Andrew van der Haar

Uiteindelijk is de centrale vraag of Nederland een datacenterland is met een Unique Selling Point. Daar verschillen de meningen, net als in het begin, over. De deelnemers noemen er meerdere. Scipio had al opgemerkt dat het Nederland aan een USP ontbreekt, durft zelfs de opmerking aan dat Nederland lijdt onder wildgroei van datacenters. Anderen noemen vooral de internationale orientatie. De ‘VOC-mentaliteit’, zoals Van der Haar het noemt, gecombineerd met een sterke regionale presence bijvoorbeeld. Het vaak onderschatte feit dat Nederlanders over het algemeen goed Engels spreken wordt ook genoemd, evenals dat het ‘de kleine neutrale optie’ is tussen het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland, terwijl het makkelijk zaken doen is. Met andere woorden, Nederland is, nog steeds, een echte Europese gateway.

Bekijk hieronder de video of ga naar de afspeellijst en bekijk ook de interviews met de aanwezigen.

Deelnemers aan het Datacenter Summit 2017 (in alfabetische volgorde van bedrijfsnaam)

[Dit artikel is eerder gepubliceerd in het Datacenter & Cloud Dossier 2017]

Lees het artikel hier in PDF