Rittal: Energie-efficiency heeft flexibiliteit en schaalbaarheid nodig

Elbert Raben, product manager IT-Infrastructuur bij Rittal BV

Datacenters en serverruimtes hebben belang bij het constant verbeteren van de efficiency. “Vooral op het gebied van hard- en software valt er nog veel te halen”, zegt Elbert Raben van Rittal BV.

 

 

“In Nederlandse datacenters en serverruimtes zijn de laatste jaren forse stappen gemaakt”, schetst product manager IT-Infrastructuur Elbert Raben van Rittal de Nederlandse markt. “Inmiddels is voor de meeste ruimtes de PUE-waarde op een niveau dat het moeilijk is om daarvoor nog grote verbeter- ingen te realiseren. Inmiddels halen onze eigen modulaire UPS-voorzieningen een rendement van meer dan 95 procent, terwijl een jaar of vijftien geleden in de sector meer dan 80 procent nog normaal was. Dit verklaart dan hoe hard die vooruitgang is gegaan.”

Focus blijft belangrijk

De vraag of daardoor de focus van datacenterexploitanten op een steeds hogere energie-efficiency zal afnemen, kent een interessant antwoord. Om te beginnen is de beschikbare energie voor datacenters of serverruimtes bestemd voor verschillende toepassingen. Een deel is bestemd voor koeling, een groot deel voor de aanwezige hardware en er is altijd een percentage dat verloren gaat. Raben wijst daarbij op de link tussen beschikbare energie en koeling. Elke megawatt (MW) voor koeling, kan niet voor servers worden gebruikt. Datacenters die erin slagen een kleiner deel van de beschikbare energie voor koeling te reserveren kunnen in principe meer hardware plaatsen. Om die reden loont het dus ook om te blijven investeren in de meest energie-efficiënte vormen van koeling.

Hogere temperaturen, minder koeling

“Overigens verandert er bij koeling van serverruimtes en datacenters het nodige door de belangenorganisatie van de energie-efficiency industrie ASHRAE”, vervolgt Raben zijn uitleg.” De organisatie zorgt voor de facto richtlijnen voor onder andere koeling, temperaturen en luchtvochtigheid in datacenters en serverruimtes. Zij heeft de bandbreedte de laatste jaren stapsgewijs aangepast. Inmiddels zien we een bandbreedte van 25 tot 27 graden Celsius, maar dat schuift op naar de 30 graden. Als hardware bij die temperaturen veilig kan worden ingezet, hebben we in Nederland nog minder koeling nodig.”

‘Colo-exploitanten herzien hun business case’

Nog minder, dat impliceert dat op dit moment serverruimtes en datacenters in Nederland al weinig koeling nodig hebben en op dat punt al zuinig met energie omgaan. “Bij de buitenwacht is nauwelijks bekend dat de meeste moderne locaties in dit land met nagenoeg alleen adiabatische koeling kunnen volstaan. Slechts een paar dagen per jaar is extra compressie koeling nodig. Indien er dan ook nog gekozen wordt voor warmte koude opslag (WKO) dan worden de compressie koelmachines alleen nog maar gebruikt ten behoeve van de gewenste redundantie. Op het punt van energie-efficiency bij koeling hebben we in Nederland de zaken grosso modo goed voor elkaar omdat er, zeker tot 1 MW-installaties, steeds meer (in)direct free-air cooling kan worden gebruikt.

We gaan nu zelfs de omgekeerde situatie krijgen, namelijk dat datacenters geen compressie koeling meer nodig hebben maar de warmte die ze produceren gaan exporteren. De restwarmte wordt geleverd aan bedrijven en woningen in de omgeving via stadsverwarming. De techniek daarvoor bestaat en in Amsterdam wordt zo al een deel van het Sciencepark verwarmd”, aldus de product manager van Rittal Nederland.

Ruimte bij hard- en software

Dat de efficiency aan de koelzijde zo hoog is, betekent niet dat het energieverbruik van een serverruimtes of datacenters geheel onder controle is. Bij hard- en software valt nog het nodige te verbeteren. Als voorbeeld noemt Elbert Raben virtualisering als methode om meer uit servers te halen en daarmee het energieverbruik te verlagen. Toch roept dit de vraag op of dit niet de kern van de dienstverlening van datacenters raakt, vooral colocaties die geen bemoeienis hebben met de hardware van klanten.

Twee soorten datacenters

Als antwoord op deze vraag legt de product manager uit dat datacenters in twee groepen kunnen worden verdeeld. De eerste groep betreft datacenters die klanten hebben of een zeer beperkt aantal diensten aanbiedt. “In dergelijke omgevingen, denk aan de hyperscalers, zijn de mogelijkheden energie-efficiency te monitoren en verhogen betrekkelijk makkelijk”, aldus Raben. “Zij kennen immers alle componenten en processen. Je ziet dan ook dat open compute (OCP), als essentiële bouwsteen om zoveel mogelijk te kunnen doen tegen zo laag mogelijke kosten, zonder dat daarbij beschikbaarheid en veiligheid in het gedrang komen, daar als eerste serieus voet aan de grond krijgt. Bij hyper-scalers is daarom niet alleen het energie- verbruik opvallend laag voor de hoeveelheid compute power of storage, ook het personeelsbestand is minimaal.”

De tweede groep datacenters bestaat uit co-locaties of ruimtes waar bedrijven rackruimte, koelvermogen, energie en connectiviteit afnemen. “Als we naar de core business van colo’s kijken, zien we toenemende druk. Steeds meer ondernemers willen geen eigen hardware meer, maar een dienst afnemen, cloud dus. Colo’s kunnen, omdat er uiteenlopende hardware van derden in de racks aanwezig is, veel minder ver gaan in het terugdringen van het energieverbruik van zowel koeling als de hardware. Hierdoor neemt het prijsverschil tussen clouddiensten en een vergelijkbare hosted diensten in colo’s toe.“

Veranderingen bij colo’s

Wat Raben schetst, lijkt een somber beeld voor alle colo-aanbieders. Daarbij horen twee belangrijke nuances. De eerste is dat hij een goede toekomst ziet voor een deel van de colo-markt. Er wordt namelijk steeds meer data gecreëerd en voor processen ingezet. Data die om voor de hand liggende redenen niet in een cloud omgeving of on premise kan worden opgeslagen en verwerkt. Er ontstaat een markt voor kleinere efficiënte regionale datacenters, de zogenaamde edge (micro) datacenters.

ChannelConnect-Rittal-Elbert-Raben
Elbert Raben

De tweede nuancering van Raben is dat de meeste colo-exploitanten al bezig zijn met een herziening van de businesscase. “Wij merken dat aan de vragen die we krijgen. Onder meer of we OCP of open 19” racks verkopen. Dat heeft te maken met de wens de business efficienter uit te voeren en zo met de cloudaanbieders te kunnen concurreren. We zien ook meer belangstelling voor oplossingen zoals cold- of hotcubes, waarmee in colocaties verschillende zones worden gecreëerd. Dat biedt colo’s de mogelijkheid klanten met uiteenlopende wensen op het gebied van temperatuur en luchtvochtigheid te bedienen.”

Tenslotte nog de vraag aan Raben wat zijn advies is voor datacenter- en serverruimtebeheerders. “De technische ontwikkelingen gaan snel en de eisen van en mogelijkheden voor koeling blijven veranderen. Daar moet je alert op zijn en je moet flexibel zijn daarop te kunnen inspelen. 20 MW-vermogen doen als 1 x 20 MW noem ik starheid en het vormt een risico. 2 x 10 MW of 4 x 5 MW staat voor flexibiliteit en het vermogen tussentijds te kunnen schalen.”

ChannelConnect-Rittal-Contactinformatie

[Dit artikel is eerder gepubliceerd in het Datacenter & Cloud Dossier 2017]

Lees het artikel hier in PDF