Bytesnet: Een datacenter, maar ook een kenniscentrum

Bytesnet heeft op 14 november in aanwezigheid van minister Ingrid van Engelshoven zijn nieuwe Data Competence Center op het Groningse Zernike Campus officieel geopend. Het is volgens Michael Arbman, Business Development Manager van Bytesnet, een uniek project dat de functie van het datacenter ontstijgt. De nieuwe faciliteit d’Root moet een ware speeltuin worden van technologische innovatie, waar kennis en kunde vrijelijk worden gedeeld.

 

Het is een gegeven dat steeds meer datacenters de regio opzoeken. In het geval van d’Root gaat dat echter verder dan een samenwerking met lokale bedrijven. Met partijen als de Hanzehogeschool en de mbo-instelling Noorderpoort doet de kennissector actief een duit in de zak van het project, en zijn al klant bij D’Root. “Gasunie is er als derde klant bijgekomen die in-house is”, zegt Michael Arbman, business development manager van Bytesnet. “In het noorden wordt volop op de energietransitie ingezet. Groen opgewekte waterstof als vervanging van aardgas is een belangrijke optie. We gaan samen met partijen in het noorden onderzoeken of voor het datacenter een deel van de energie kunnen voorzien met waterstof. Zaken die worden onderzocht zijn de economische en technische haalbaarheid, maar ook de veiligheid.”

Experimenteren en modulariteit

De uitdaging bij energie uit waterstof blijft echter dat de schaalgrootte nog beperkt is en de uiteindelijk prijs per kWh hoog is. Maar, zo voegt Arbman eraan toe, de is prijs niet de enige overweging. “Er is een probleem in de wereld dat duurzaam opgewekte stroom niet is op te slaan. Alternatieven zijn nodig. Je moet ergens beginnen en het doen. De prijs zal dan door de schaalvergroting zakken. Uiteindelijk is rijden op waterstof goedkoper dan rijden op benzine of diesel.”

Data is de nieuwe fossiele brandstof, maar dan zonder aardbevingen en schade aan gebouwen

Maar ook met andere ontwikkelingen gaat d’Root volop mee. “Iedereen heeft het bijvoorbeeld over restwarmte. Wij hebben een overeenkomst gesloten met WarmteStad om de restwarmte gratis te leveren voor de verwarming van gebouwen en woningen op de Campus en in de wijk Paddepoel”, zegt Arbman. Bytesnet kan de temperatuur van restwarmte verhogen door dankzij het gebruik van high-performance computing die rechtstreeks met water wordt gekoeld en mogelijk ook met olie.

Ingrid van Engelshoven, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, was aanwezig bij de opening. Rechts naast haar Peter de Jong van Bytesnet.

Innovatie verzameld

Bytesnet werkt echter samen met meer partijen, waardoor het label ‘datacenter’ eigenlijk de lading niet dekt. “We noemen het een Data Competence Center omdat het de plek is waar alle kennis en kunde van ons en onze partners samenkomen”, legt Arbman
uit. “Dat zijn niet alleen de IT-bedrijven, maar ook de installatiebedrijven. Alles wat innovatief is, kunnen we in het datalab testen, in het klein uitproberen en later in het groot implementeren.”

Kennisorganisaties gaan een belangrijke rol spelen in het succes van d’Root. “Data is de nieuwe fossiele brandstof”, stelt Arbman. “Net zoals aardgas dat was, maar dan zonder de aardbevingen en de scheuren en barsten in huizen. De vraag is wat je allemaal met die data kunt doen.” Bytesnet rekent op de kennis bij de Hanzehogeschool en de Rijksuniversiteit Groningen om daar antwoorden voor te vinden. Een ander prominent voorbeeld van een partner op dit vlak is ASTRON, het Nederlands instituut voor radioastronomie. “Het aantal data scientists groeit bij hen explosief.” Op d’Root krijgen ze de kans samen te werken met wetenschappers en studenten die non-stop met data in de weer zijn. “Het is allemaal heel erg flexibel en projectgedreven. ASTRON heeft een vaste plek op de eerste verdieping. Het datalab bestaat verder uit een auditorium, een SCRUMruimte en werkruimte. Het moet verder dynamisch blijven.” Het is niet vreemd dat de opening van d’Root veel aandacht trekt, met onder meer de aanwezigheid van minister Ingrid van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Schaalbaarheid

Een voorwaarde voor succes voor het concept is volgens Arbman dat het volledig modulair en schaalbaar is. “Daarom heet het een lab, we kunnen op zeer kleine schaal aan de slag”, zegt hij. “Bij succes kun je vervolgens opschalen. Je zit dan niet vast aan keuzes die de verkeerde kant opgaan.” De keuze voor Groningen is volgens Arbman ook een logische, juist voor een datacenter. “Iedereen waarschuwt je over de snelheid en connectiviteit, maar we zitten nog geen twee milliseconden van AMS-IX af, nog geen twee milliseconden van Frankfurt en nog geen milliseconde van het netwerk van Telia in Scandinavië.” Het is bovendien een erg innovatieve regio. “Tachtig procent van alle Apple-apps in Nederland worden in de noordelijke regio’s ontwikkeld”, zegt hij. “Dat wist ik ook niet. Het is ook een van de drie wereldwijde experimentele regio’s voor 5G. Er gebeurt dus een hoop hier. Het is ook nog eens de stekker van Nederland.”

‘Tachtig procent van alle Apple-apps in Nederland worden in de noordelijke regio’s ontwikkeld’

Bytesnet heeft de mogelijkheid om d’Root uit te breiden tot het dubbele aan vloerruimte en capaciteit. Maar, zo vindt Arbman ook, het is belangrijk dat het bedrijf zijn blik de wijde wereld in blijft richten. “Je moet ook andere regio’s intrekken”, zegt hij. “Voorwaarde is dat er kennis- instellingen zijn waar je mee kunt samenwerken. Je moet innovatief blijven. Met de connectiviteit komt het altijd goed.

[Dit artikel is eerder gepubliceerd in ChannelConnect magazine, nummer 7]

Lees het artikel hier in PDF