Column Nederland ICT: Grenzen – Lotte de Bruijn

Ik woon in één van de vijf beste techsteden ter wereld. Althans, dat zegt de Britse vastgoedadviseur Savills. Mijn woonplaats Amsterdam hoeft in hun Tech Cities Index alleen Londen, San Francisco en New York voor zich te dulden. Best indrukwekkend. Nu zijn er natuurlijk talloze van dit soort ranglijstjes en moet je je afvragen hoeveel waarde je er aan moet hechten. Maar toch ben ik elke keer weer een beetje trots als Amsterdam of Nederland een toppositie haalt.

 

Bij zo’n lijstje met steden vraag ik me wel af op welk niveau je de concurrentie aan wilt gaan. Op nummer twee in de lijst staat San Francisco. Dat heeft natuurlijk alles te maken met de nabijheid van Sillicon Valley. Maar van San Francisco naar Mountain View is even ver als van Amsterdam naar Den Haag. Die stad timmert flink aan de weg op het gebied van digitale veiligheid. Of naar Utrecht, met een bloeiende industrie van digitale media en games. En rijd je nog een uurtje verder, dan zit je op de High Tech Campus in Eindhoven: de ‘slimste vierkante kilometer van Europa’.

Hoe waanzinnig ik Amsterdam ook vind, het is veel zinniger om te kijken naar het Nederlandse ecosysteem van digitale hotspots als geheel. En misschien moeten we zelfs wel verder kijken dan onze landsgrenzen. In de top 30 met techsteden tel ik zes steden in China en zeven in de VS. In Europa tel ik er acht. Op Europees niveau doen we dus mee met de digitale grootmachten. Is het dan zinnig om te concurreren met Berlijn, Barcelona en Kopenhagen? Of kunnen we beter werken aan een Europees ecosysteem van digitale innovatie?

Wat mij betreft heeft samenwerking altijd de voorkeur. Het is misschien een cliché, maar digitale technologie trekt zich weinig aan van landsgrenzen. Een Duitse dienstverlener kan gebruik maken van Amerikaanse cloudsoftware die draait in een Nederlands datacenter op Chinese apparatuur. Tegelijkertijd kun je niet om nationale belangen heen, of dat nou gaat om economie of veiligheid. Maar ook dan geloof ik dat we uiteindelijk welvarender en veiliger zijn als we internationaal de samenwerking blijven zoeken.

De politieke trend is helaas in de omgekeerde richting. Neem de Brexit, die grote uitdagingen oplevert voor de internationale uitwisseling van data. Neem het debat over het weren van Chinese en Russische producten van de markt. Of neem de Europese Commissie, die er vooral op gericht is om grote Amerikaanse platforms te reguleren, maar daarmee de opkomende Europese bedrijven met onnodige lasten opzadelt.

In een afscheidsinterview in het FD waarschuwt prins Constantijn, vertegenwoordiger van de start-ups, voor het gebrek aan urgentie in Nederland. Er wordt volgens hem veel te weinig geïnvesteerd in nieuwe technologieën, waardoor we – opnieuw – de boot dreigen te missen. Ik ben het daar zeer mee eens. De toekomst van Nederland ligt niet in het opwerpen van digitale dijken, maar in het stimuleren van onze eigen digitale economie. Laten we daarbij vooral over de grenzen blijven kijken.

Lotte de Bruijn is directeur van Nederland ICT 
Reageren? lotte@nederlandict.nl

[Dit artikel is eerder gepubliceerd in ChannelConnect magazine 2019, nummer 2]

Lees het artikel hier in PDF